Democratische waarden bevorderen

Het Barlaeus Gymnasium organiseert jaarlijks een debatwedstrijd voor leerlingen uit klas 4. 64 enthousiastelingen bereiden onder de bezielende leiding van Margriet, Reinier en oud-leerlingen stellingen voor over Europa. Het model van het debat is ontleend aan het European Youth Parliament, waar een delegatie van onze school sinds jaar en dag aan meedoet. Na de voorbereidingen op vrijdag en zaterdag start het debat zondagochtend om negen uur. Ik mag het debat elk jaar openen. Dit jaar greep ik de gelegenheid aan om te pleiten voor het koesteren van democratische waarden. Ook in Europa, waar in steeds meer landen de scheiding der machten met voeten wordt getreden. Hieronder de tekst van mijn  toespraak.  

Dear members of the board, delegates, Reinier and Margriet,

Let me start by expressing my profound gratitude for the invitation to open the Barlaeus Youth Parliament 2018, even at this early, ungodly hour on this sunday morning! In my opening statement I would like to invite today’s delegates – all of you – to prove Margriet wrong. Just for once. Let me explain.

When I started as principal two years ago I was somewhat surprised to find out that the Barlaeus does not have a student council. Of course there are several students in the representative advisory board (the so-called MR, Bibi is one of them) and we have a student committee organising all kinds of activities. But there is no student council that consults with the board on a regular basis about important subjects like the availability of wifi in the building or our policy regarding exams. When I asked Margriet why, she told me that she had tried to start such a council a number of times to no avail. Barlaeans are simply not very interested in participating in such a council, she said, and attempts to start such a council were doomed to fail. As often, Margriet has been proved right until today. I am deeply committed to proving her wrong – just this once – for a reason. Let me take you to Poland for a few minutes to illustrate my point.

Last month thousands of Polish citizens marched the streets of Warsaw in protest against new legislation issued by the Polish Senate threatening the independency of the judiciary. To no avail. Several bills have been signed into law by the Polish president enabling the government to send almost half of the countries’ Supreme court judges into forced early retirement while at the same time giving Poland’s parliament the authority to elect the members of the so-called National Council for the Judiciary. This body is responsible for the appointment of judges in Poland, thus giving parliament direct influence on the election of judges in the future.

This Polish legislation constitutes a serious threat to the independency of the judiciary and has been widely condemned. Frans Timmermans, vice-president of the European Commission concluded that “the country’s judiciary is now under the political control of the ruling majority” and that Poland’s government has put at risk fundamental values expected of a democratic state. For that reason the commission has advised the EU member states to issue a formal warning to Poland under the first clause of an, until now, unused article 7 procedure. A majority of 22 of 28 member states has to vote in favour of this proposal. More serious sanctions – including the possibility to suspend the member state of its voting rights – require unanimity among member states. As Hungary’s right-wing government has already pronounced that they will never support such a move, a deadlock is Europe’s foreseeable future.

After Brexit, the increasing divide between East and West is a new and major challenge for the EU. The assault on an independent judiciary by the Polish government raises questions not only about the core values of the EU but also about the separation of powers between the legislature, executive and judiciary – the so-called trias politica – which is one of the most fundamental principles of our modern democracy. Questions raised not by some totalitarian or authoritarian state somewhere on the other side of the globe but by a member state of the EU.

That brings me to our own country and to our own school. Ninety percent of the Dutch population says that they are in favour of democracy, when asked. More in-depth research suggests however that about a quarter or a third of the Dutch population has a cynical or even hostile attitude towards democracy and democratic values. The good news – one could argue – is that two-thirds of the Dutch citizenry is in favour of a democratic society and the values it embodies. But this response is not enough. If democratic values and skills are not self-evident or given as the Polish example illustrates, they need to be taught to and learned by each new generation. Schools have an important part to play in this education and for that reason social science (maatschappijleer) is compulsory for every student in the Netherlands. Other activities like today’s BYP proceedings are also of the utmost importance in fostering democratic values. I am convinced however that the best way to learn about the importance and relevance of these values is by participating in a student council, because it gives you the opportunity to experience the democratic process while deliberating about issues in which you have an interest.

You still have two years before your final exams. More than enough to form a student council. You are in a unique position to prove Margriet wrong. Just for this once! Thank you for your attention and for today: have fun!

Advertenties

Fatsoenlijke werkomstandigheden voor schoonmakers

Vorig jaar diende GroenLinks samen met een aantal andere partijen een initiatiefvoorstel in over het inbesteden van de schoonmaak in de provincie. In haar pre-advies constateerde ook GS dat de arbeidsvoorwaarden waaronder onze schoonmakers werken slechter zijn dan die van onze ambtenaren. Wij vinden dat onacceptabel. Andere partijen volgden ons helaas niet in deze redenering. Zelfs de PvdA stemde tegen! Hieronder mijn spreektekst.

Initiatiefvoorstel inbesteden schoonmaak

In juni dienden GroenLinks, de SP en 50PLUS een initiatiefvoorstel in over het inbesteden van de schoonmaak in de provincie NH. Na de zomer ontvingen we een advies van GS en in de commissievergadering van november bespraken we ons voorstel met de andere partijen in de provincie. Ik wil GS en alle collega’s bedanken voor hun reacties en zal hier kort ons voorstel toelichten en reageren op de argumenten van de partijen die nog niet overtuigd zijn van de meerwaarde van inbesteden.
De gedachte dat de overheid zich moet concentreren op haar kerntaken en al het overige moet aan- en uitbesteden heeft vanaf de jaren ’90 een hoge vlucht genomen in Nederland. Het lijkt ook voor de hand te liggen. Je doet als overheid wat echt bij je hoort en waar je goed in zou moeten zijn. Al het overige laat je aan marktpartijen die meer expertise hebben. Je stelt aan de voorkant kwaliteitseisen en voorwaarden en controleert achteraf of de gevraagde prestaties ook geleverd zijn. In theorie klinkt het goed. In de praktijk blijkt uit- en aanbesteden veel negatieve gevolgen te hebben. Enerzijds voor de mate van sturing en controle die de overheid nog heeft op belangrijke publieke taken, anderzijds voor werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt die vaak de rekening betaalden in de vorm van een lagere beloning en slechtere arbeidsvoorwaarden. De laatste jaren zien we daarom – terecht denken wij – een beweging om belangrijke taken weer in te besteden en op die manier regie terug te krijgen en taken die worden verricht in opdracht van de overheid ook weer op een fatsoenlijke manier te belonen. Ons voorstel past in die beweging naar meer overheidsregie en betere arbeidsvoorwaarden, vooral voor de mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het wordt tijd dat we daarmee serieus aan de slag gaan , ook als provincie.

Alle partijen onderschreven in de commissie het belang van goed werkgeverschap. Laten we allereerst met elkaar vaststellen dat er nu verschillen zijn tussen de mensen die werken in onze gebouwen en de mensen die ze schoonmaken. Uit het uitvoerige advies van GS – waarvoor dank trouwens – kunnen we bijvoorbeeld opmaken dat een schoonmaker een eindejaarsuitkering krijgt van 2,2% en een ambtenaar van 8,3 %. GS stelt zelf dat de schoonmakers geen bezwaar zullen hebben om in dienst te treden bij de provincie “omdat de arbeidsvoorwaarden van de provincie beter zijn”. En dat is natuurlijk precies waar het om gaat! Wij vinden die verschillen onacceptabel.
Maar kun je dat dan niet via een aanbesteding regelen? We zouden al die onwenselijke verschillen bij een volgende aanbesteding kunnen opnemen in de voorwaarden en dan is het ook geregeld toch? Die vraag werd door verschillende partijen opgeworpen. Laat ik om te beginnen zeggen dat ik heel tevreden zou zijn als we bij een eventuele volgende aanbesteding de voorwaarde zouden opnemen dat schoonmakers hun werk moeten doen onder precies dezelfde voorwaarden als onze ambtenaren. Dat kost inderdaad meer geld maar die extra uitgaven lijken ons zeer verdedigbaar omdat immers duidelijk is wat we er mee doen. We verbeteren de arbeidsomstandigheden van een beroepsgroep die kwetsbaar is en nu vaak onder slechte omstandigheden zijn werk moet doen.
Ons voorstel gaat echter een stap verder en kiest ook uit meer principiële overwegingen voor inbesteden. Werk is immers meer dan goede arbeidsvoorwaarden, het is ook een organisatie waar je bij hoort. Wij vinden het belangrijk dat onze schoonmakers werken voor de provincie en collega’s zijn van de mensen voor wie ze hun werk doen. Dat heeft te maken met loyaliteit en dat kun je niet via een aanbesteding regelen. Om die principiële reden hebben we ervoor gekozen dit voorstel vandaag aan Provinciale Staten voor te leggen.

Voorzitter, ik ga afronden met een oproep richting de PvdA. Wij hadden dit initiatiefvoorstel graag ingediend samen met de PvdA. Zowel landelijk als in Amsterdam heeft de partij gepleit voor betere arbeidsomstandigheden en het inbesteden van de schoonmaak. Tot onze grote teleurstelling denkt de PvdA in de provincie daar anders over. Echte inhoudelijke overwegingen om dit voorstel niet te steunen hebben we niet gehoord. Meneer Den Uyl gaf in de commissie aan ons voorstel sympathiek te vinden, maar stelde dat het gaat om “een principiële zaak“ die pas aan de orde kan komen bij volgende collegeonderhandelingen . Voorzitter, politiek draait inderdaad om principes maar die worden toch hopelijk niet maar één keer in de vier jaar uit de mottenballen gehaald. Wat doet de PvdA dan in de tussentijd? Ik roep de PvdA daarom op om over een onderwerp dat de partij aan het hart gaat en waarover niets is geregeld in het coalitieakkoord kleur te bekennen. Ik snap dat we niet meteen terug kunnen naar het rozenrood van het oude socialisme maar een beetje rouge of in ieder geval een gezonde blos op de wangen zou de provinciale PvdA niet misstaan.

Verstandig sparen

In november sprak ik in de Provinciale Staten tijdens de Algemene Beschouwingen over de begroting 2018 van de provincie Noord-Holland. GroenLinks diende onder meer een voorstel voor ‘verstandig sparen’ in. In de tijd dat VVD, CDA, D66 en PvdA aan de macht zijn is de algemene reserve gehalveerd. Ondertussen lost deze coalitie het tekort op het afronden van het Natuur Netwerk Nederland – een van de belangrijkste taken van de provincie – niet op.  Een prijs die volgende provinciale besturen na ons mogen betalen. Mijn volledige spreektekst staat hieronder.

Recent verscheen de nieuwe barometer Welvaart en Welzijn Noord-Holland, voorheen het dashboard welvaart en economie. GroenLinks is blij met die barometer. Het geeft op een inzichtelijke manier invulling aan een breder welvaartsbegrip en stelt ons daardoor in staat de discussie over economisch beleid betekenisvoller te voeren. Ook de groei van de woningvoorraad, de inkomensongelijkheid en de leefbaarheid van de woonbuurt worden vanaf nu in kaart gebracht en kunnen meegenomen worden in onze afwegingen. Het thema Levensgeluk is vooralsnog alleen op landelijk niveau beschikbaar maar de gedeputeerde heeft aangekondigd dat we met ingang van volgend jaar zelfs op dat thema Noord-Holland zullen kunnen vergelijken met het Nederlandse gemiddelde. We zijn nu al benieuwd of de gemiddelde Noord-Hollander gelukkiger is dan de gewone, normale Nederlander waar onze minister-president het de afgelopen weken zo vaak over had.

De barometer maakt inzichtelijk dat de provincie het op de thema’s economie, demografie en werk beter doet dan het landelijk gemiddelde. De Noord-Hollander heeft gemiddeld meer te besteden en is minder vaak werkloos. Natuurlijk moet je dit soort cijfers op hun juiste waarde schatten. In onze provincie is de invloed van Amsterdam op de gemiddelde cijfers enorm. Het hoge bbp per hoofd van de bevolking en de relatief lage demografische druk worden er voor een belangrijk deel door verklaard. Maar dat neemt niet weg dat de barometer als eerste proeve geslaagd is en hopelijk steeds meer gebruikt zal worden om richting te geven aan het provinciaal beleid.

GroenLinks was dan ook teleurgesteld in de reactie van de gedeputeerde toen wij in de  commissie Economie, Energie en Bestuur bij de bespreking van de barometer een aantal zaken benoemden waar Noord-Holland het minder goed doet. De inkomensongelijkheid groeit in onze provincie, de CO2-emissie stijgt en het woningtekort gaat de komende jaren echt nijpende vormen aannemen. In ieder geval die laatste twee thema’s raken direct aan de kerntaken van de provincie en het antwoord van de gedeputeerde dat met het economische provinciale beleid niet zoveel invloed uitgeoefend kan worden is dan echt beneden de maat. Of noemen we wat eerst een Dashboard Welvaart en Economie was, nu een Barometer Welvaart en Welzijn omdat Gedeputeerde Staten (GS) wil benadrukken dat de economie net zoiets als het weer is?  Heb je bij een dashboard nog het idee dat je aan knoppen kunt draaien, bij een barometer lees je toch vooral  iets af zonder dat je er zelf al te veel invloed op kunt uitoefenen. Wij kunnen ons het nauwelijks voorstellen: deze coalitie heeft 43 miljoen euro uitgetrokken voor nieuw beleid op het gebied van economie en werkgelegenheid, meer dan een kwart van de totale middelen voor nieuw beleid. Dat is toch niet omdat daarmee geen invloed wordt uitgeoefend? Wij verwachten van GS dan ook een serieuze reactie en willen het college uitnodigen in haar eerste termijn aan te geven hoe zij denken een extra inspanning te kunnen leveren om aan deze problemen op het gebied van duurzaamheid en woningbouw het hoofd te bieden.

Dat die extra inspanning voor duurzaamheid nodig is wordt ook in de barometer onderstreept. Voor de aanpak van het woningtekort begint de tijd te dringen. Dat blijkt wel uit de recente discussie over bouwen in de Purmer. Als we onvoldoende voortgang boeken met binnenstedelijk bouwen zullen ontwikkelaars ons altijd wijzen op de voor hen zeer lucratieve mogelijkheid om in het groen te bouwen. GroenLinks is daar zoals u weet een hartstochtelijk tegenstander van. Wij staan voor een open en groene Purmer, waar ruimte is voor natuur, weidevogels, recreatie en duurzame landbouw. Wij willen graag dat alle Noord-Hollanders tot in de verre toekomst van dat unieke gebied kunnen genieten. We zijn dan ook blij dat gedeputeerde Geldhof duidelijk stelling heeft genomen tegen deze en andere plannen om in het groen te bouwen. Maar de laatste analyse van de plancapaciteit voor woningbouw laat ook zien dat de provincie actiever haar rol moet nemen. Van de iets meer dan 135.000 geplande woningen tot 2025 heeft iets minder dan de helft (62.000 woningen) een hoge realisatiekans. Van nog eens 42.000 woningen wordt gesteld dat ze een beperkte realisatiekans hebben terwijl ze wel nodig zijn om aan de uitbreidingsbehoefte tegemoet te komen. GroenLinks vindt dat de provincie haar regierol steviger moet invullen en gemeenten niet alleen met raad maar ook met meer geld moet ondersteunen om binnenstedelijk wonen te versnellen en op te schalen.

2018 is het laatste volledige jaar in de bestuursperiode van deze coalitie. GroenLinks heeft herhaaldelijk indringend aandacht gevraagd voor de langere termijndoelen van de provincie op het gebied van groen en financiën. Helaas zonder enig succes. We kunnen dus nu al concluderen dat deze coalitie de inwoners van Noord-Holland met twee grote schulden opzadelt. De eerste heeft betrekking op het programma voor het afronden van het Natuurnetwerk Nederland. We weten vanaf het begin van deze periode dat er onvoldoende geld is om het netwerk af te ronden, ongeveer 100 miljoen euro. Een verstandig bestuur zou dan vast wat opzij zetten, deze coalitie schuift de rekening volledig door. Tegelijkertijd constateren we dat de algemene reserve van de provincie fors is geslonken.  In 2012 – het eerste jaar dat deze partijen samen aan het stuur zaten – had de provincie 131 miljoen euro in de algemene reserve. Het eindsaldo in 2019 staat op 68 miljoen. Bijna de helft van de algemene reserve is dan dus opgemaakt, een flinke greep uit de provinciale kas. Dat de algemene reserve in 2021 weer iets is aangegroeid (79 miljoen) is een doekje voor het bloeden. Deze erfenis krijgt een volgende coalitie op haar bordje. Dat er jaar in, jaar uit triomfantelijk wordt geconstateerd dat onze motorrijtuigenbelasting de laagste van Nederland zijn heeft dus een prijs, een prijs die de provinciale besturen na ons mogen betalen. GroenLinks denkt dat het verstandiger is de opcenten stapje voor stapje te verhogen zodat de algemene reserve op peil kan blijven en er vast een reserve kan worden ingericht voor de afronding van het NNN. Omdat wij denken dat het hier om keuze tussen potverteren – wat de huidige coalitie doet – of verstandig sparen hebben we het amendement de titel “Verstandig sparen” meegegeven.

Op één klein onderdeel van de begroting willen we een indringend beroep doen op de coalitie. De terreinbeheerders hebben ons een brief geschreven waarin ze vragen om de middelen voor toezicht in natuurgebieden beschikbaar te stellen. Op dit moment is dat niet het geval. Aangezien provincies en beheerders op een hele zorgvuldige manier tot het bepalen van de kostprijs zijn gekomen voor voorzieningen en toezicht in de natuurterreinen zou het in onze ogen een heel slecht signaal zijn als we nu maar voor één component  geld beschikbaar stellen. Om die reden vragen we GS middels een amendement om die omissie te herstellen.

We constateren verder dat GS niet tijdig is gekomen met een notitie over de invulling van de middelen voor slimme mobiliteit, ook al lag er een duidelijke motie van CDA, PvdA en D66. Wij betreuren dat ten zeerste en willen hier duidelijk stellen dat er geen cent van de gereserveerde gelden voor dit onderwerp mag worden uitgegeven totdat PS zich heeft kunnen uitspreken over het beleid en daarover een besluit heeft genomen.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Anderhalve week geleden is het nieuwe kabinet gepresenteerd. Zij hebben als we het regeerakkoord mogen geloven vertrouwen in de toekomst. Wij hebben vooral zorgen omdat nu al uit een doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de voorgestelde maatregelen van het kabinet op het gebied van klimaat volstrekt onvoldoende zijn om de gestelde doelen te realiseren. Werk aan de winkel dus. Wij doen dat zoals u weet wel altijd met zin in de toekomst. Maar dan wel een toekomst waarin voor iedereen plek is. Wij kunnen daar hier een bijdrage aan leveren. Noord-Holland is een prachtige provincie. Laat dat vooral zo blijven. Overschakelen op duurzame energie en voedselproductie, binnenstedelijk bouwen en vormen van recreatie die de natuur koesteren en de leefbaarheid van onze inwoners respecteren zijn daarbij voor ons leidend.

Gedeputeerde Staten in de bezemwagen

Bij de bespreking van de Kaderbrief 2018 in juni van het afgelopen jaar kon ik het niet nalaten de prestaties van Gedeputeerde Staten te vergelijken met die van onze wielervedette Tom Dumoulin. Het vergelijk is voor GS helaas niet erg flatterend.

Voorzitter, collega Statenleden

Ik moet hier bekennen dat ik even de aandrang heb gevoeld om mijn bijdrage over de Kaderbrief dit jaar te beginnen met het tonen van de inmiddels beroemde foto’s van het aanwezige publiek bij de inauguratie van Donald Trump als president van de VS. U kent het beeld waarschijnlijk: aan de ene kant de aanwezigen op de National Mall tijdens de inauguratie van Obama, aan de andere kant de bezoekers op diezelfde Mall tijdens Trumps inauguratie. Het beeld werd in veel kranten gebruikt om de claim van Trump dat zijn inauguratie de hoogste opkomst ooit had te weerleggen en is inmiddels een icoon als het gaat om “alternatieve feiten”.

Ik laat het beeld niet zien omdat ik het ongepast zou vinden. Ik zou geen van onze gedeputeerden durven te vergelijken met Trump: niet qua opvattingen, niet qua stemgeluid en zeker niet qua haardracht. Maar, waarom had ik dan toch even die neiging? Die kwam op toen ik het persbericht van GS las over de recent verschenen monitor Wind op Land 2016 (van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, RVO). De tijd ontbreekt hier om er uitgebreid op in te gaan maar de Monitor concludeert dat het geïnstalleerd vermogen in Noord-Holland in 2016 lager was dan in 2015 en dat nog 48% van de provinciale doelstelling voor 2020 resteert. Ten opzichte van de vorige editie is de haalbaarheid van de opgave in de provincie volgens de RVO licht afgenomen. Conclusie: “Gegeven de stand van zaken per 31 december 2016 is het niet waarschijnlijk dat de doelstelling voor 2020 in de provincie Noord-Holland tijdig zal worden gerealiseerd.” Zorgelijk, zou je denken. Daar denkt ons College van Gedeputeerde Staten blijkbaar anders over. Zij publiceerden een ronkend persbericht: volgens hen bevestigt de RVO dat NH op koers ligt – let wel, op koers ligt – en het beter doet dan het landelijk gemiddelde. Het eerste deel van deze uitspraak is niet waar, het tweede deel is treurig.

En toen moest ik inderdaad even denken aan Trump en alternatieve feiten. U kent mij gelukkig als een optimistisch mens dus dat beeld heb ik inmiddels al weer ingeruild voor een ander. Ik denk dat het kwam door het woordje “koers” in het persbericht. De Tour de France is dan in deze tijd van het jaar niet ver uit mijn gedachten. Helemaal achterin de koers bevind zich de bus, de groep renners die niet mee kan komen in de bergetappes. En inderdaad ik ontwaar daar niet alleen GS van NH maar alle andere Nederlandse provincies samen met landen als Malta en Luxemburg. De chauffeur van de bus is meestal een ervaren renner en ik zie inderdaad dat gedeputeerden Geldhof en Bond – op weg naar twintig jaar trouwe dienst in de provincie – meehelpen om het tempo te bepalen in de groep. Gedeputeerde Post begon de etappe goed toen ze met grinta en “en danseuse” de eerste col beklom maar heeft na een hongerklop pap in de benen. Gedeputeerde Loggen heeft een gemene sprint in de benen maar is vandaag al lang blij als hij de eindstreep haalt. Gedeputeerde Tekin rijdt dit jaar voor het eerst mee in de Tour: een veelbelovend talent dat zich nog moet bewijzen. En nu mist u gedeputeerde Van der Hoek in deze groep. Dat klopt inderdaad. Hij sprong niet zorgvuldig om met zijn energie, kwam geparkeerd te staan en belandde van de bus in de bezemwagen.

Met de winst van Tom Dumoulin in de Giro dit jaar heeft Nederland laten zien dat ze nog steeds meetelt in het wielerpeloton. GroenLinks zou graag zien dat Noord-Holland zich wat meer zou spiegelen aan zijn lef en inzet in plaats van zich tevreden te stellen met een plaats in de bus of de bezemwagen. De tijd dringt. Parijs komt snel dichterbij en het zou toch mooi zijn als Nederland daar op het podium zou staan in plaats van ergens in de achterhoede te rijden. We willen GS dus aanmoedigen om te verdapperen en te demarreren. Hopelijk wil onze ploegleider daarbij een stimulerende rol spelen.

#wijwillenhemweg

Parijs komt inderdaad snel dichterbij. Het klimaatverdrag van Parijs is vorige week vastgesteld door de bijna voltallige Eerste Kamer. Het sluiten van alle kolencentrales in Nederland zal een belangrijk onderdeel zijn van elk plan om de doelstellingen van Parijs te halen. In mei zetten wij daarom vol overtuiging onze handtekening onder een motie die oproept tot een bijdrage aan de sluiting van de Hemwegcentrale. Ik zal hier niet alle genoemde argumenten herhalen. Iedereen heeft daarna nog het schokkende rapport van Greenpeace kunnen lezen over de enorme gezondheidskosten van de centrale die oplopen tot 90 miljoen euro per jaar. Jaarlijks sterven volgens het rapport 30 mensen vroegtijdig, krijgen 20 mensen chronische bronchitis en zijn er 740 astma-aanvallen bij kinderen. De Hemwegcentrale kost de samenleving volgens het rapport opgeteld €90 miljoen per jaar aan gezondheidszorg.

Inmiddels zijn al miljoenen toegezegd door burgers, bedrijfsleven én overheden om tot sluiting van de centrale te komen. U bent geïnformeerd over het feit dat begin dit jaar onze aandelen in Meewind zijn verkocht. De totale opbrengst daarvan bedraagt iets meer als 4,5 miljoen euro. Van dat bedrag wordt via de Kaderbrief 2,5 miljoen gestort in de reserve Werkgelegenheid en Economie. Het restant wil GS storten in de algemene reserve. Daarmee laten we een unieke kans liggen om een snelle sluiting van de Hemwegcentrale dichterbij te brengen. En wat is er mooier dan dat te doen met een opbrengst uit de verkoop van aandelen duurzame energie! Wij willen u daarom voorstellen het resterende bedrag te reserveren voor een provinciale bijdrage aan de sluiting van de Hemwegcentrale. Onze algemene reserve heeft het extra geld niet nodig, onze kinderen de schone lucht en de beperking van de uitstoot wel!

MOTIE

Weidevogels

Voor de weidevogels is het 5 voor 12. Wij dienden eerder een motie in die niet op een meerderheid in PS mocht rekenen. Wij betreuren dat maar koesteren de hoop dat er na de schouw die aangekondigd is snel kan worden gekomen tot een effectief pakket aan maatregelen. Vooruitlopend daarop willen wij in de Kaderbrief vast een bedrag reserveren voor dat pakket zodat er ook middelen zijn om er mee aan de slag te gaan. Wij horen graag van de gedeputeerde hoe hij daar tegen aan kijkt.

Stimuleringsfonds Natuurinclusieve landbouw

Agrariërs beheren samen een groot deel van het landschap in Noord-Holland. Zij zijn daarmee één van de belangrijkste partners in het verbeteren van de biodiversiteit in onze provincie. Voor hen is het momenteel moeilijk om rond te komen. Door boeren kansen te geven om met natuur geld te verdienen en de mogelijkheden van multifunctionele landbouw toe te passen kunnen ze hun bedrijf duurzaam inrichten. GroenLinks vindt dat elke boer in Noord-Holland de kans moet krijgen om over te schakelen naar natuurinclusieve landbouw. Juist buiten het NatuurNetwerk Nederlands is het van enorm belang voor mens, dier en milieu dat het areaal duurzame landbouw wordt vergroot. En natuurlijk; in de praktijk is omschakeling verre van eenvoudig. Daarom willen we een stimuleringsfonds voor natuurinclusieve landbouw in het leven roepen, dat boeren op weg moet helpen om die overstap te maken.

Stiltegebieden

Het beleid voor stiltegebieden behoeft uitvoering en verdere versterking. De structurele middelen van de provincie schieten ernstig tekort. Veel van de gewenste maatregelen behoren tot de verantwoordelijkheid van de gemeente en terreinbeheerders. Er moet dus gezamenlijk worden opgetrokken. GroenLinks wil met gemeenten en natuurbeherende organisaties tot niet-vrijblijvende afspraken komen. Co-financiering voor bijvoorbeeld stil asfalt en de inzet van handhavend personeel vragen om een structurele, dan wel meerjarige investering. Wij horen graag van GS of zij die noodzaak ook zien en overwegen in de tweede termijn een motie in te dienen op dit punt.

We vragen GS om een toezegging.

HIRB

GS stelt voor de onderbesteding bij de subsidieregeling HIRB (herstructurering bedrijventerreinen) in te zetten voor een bijdrage aan het Techportcenter. Geen kwaad woord over dat laatste initiatief maar wij zijn van mening dat de gelden voor HIRB een heel ander provinciaal doel dienen en ook daarvoor moeten worden ingezet. Wij vragen GS daarom de bestaande HIRB regeling aan te vullen met de mogelijkheid om subsidie te verlenen voor projecten die bijdragen aan de circulariteit van bedrijventerreinen en daar 1 miljoen euro voor te reserveren.

A8-A9

Vorige week donderdag sprak de commissie mobiliteit in deze zaal over de MER A8-A9. Blij verrast konden wij constateren dat een ruime meerderheid van de commissie niets zag in een snelweg op palen of door het UNESCO Werelderfgoed de Stelling van Amsterdam. We horen graag of GS de politieke ruimte voelt om haar besluitvorming niet te beperken tot een keuze tussen één van de drie onderzochte varianten maar ook wil overwegen eventuele alternatieven te laten onderzoeken. Wat ons betreft heeft GS tot begin september om met een voorstel te komen, anders komen wij met een motie bij de eerste Statenvergadering na de zomer.

Duurzame zeehavens

Voorzitter, ik ben bijna aan het einde van mijn bijdrage en wil dat doen met een compliment richting GS. We zijn blij dat onze motie over duurzame zeehavens zo voortvarend is opgepakt. Gezien het succes van de regeling zouden we graag zien dat de uitvoeringsregeling een vervolg krijgt en dat ook kleine projecten hierin kunnen worden betrokken. Daarvoor dienen we twee moties in.

MOTIES

Slimme mobiliteit

Na het begin van mijn betoog vandaag zal het u niet verbazen dat ik afsluit met het onderwerp smart mobility. In de kaderbrief wordt daarvoor veel geld vrij gemaakt. Slimme mobiliteit is de Texelhopper, deelauto’s, deelfietsen maar ook de verkeerscentrale en een OV-chipkaart waarmee je een auto of een fiets kan huren. En daar zit meteen het probleem; slimme mobiliteit is bijna alles, het hangt af van de focus en het doel van de inzet van dit college wat de uiteindelijke betekenis gaat zijn van smart mobility. Wij hopen daar snel meer over te horen, maar in ieder geval voor de begrotingsbehandeling zodat we dan in kunnen schatten of de aangevraagde middelen ook echt nodig zijn.

Na de zomer komt het college eindelijk met de uitwerking van ons initiatiefvoorstel Fiets! en de inventarisatie van de Fietsersbond. Enthousiast geworden van Kopenhagen wil GroenLinks snel aan de gang met een provinciaal fietsnetwerk. Wij verwachten uiterlijk in september inzicht in de voortgang van het college. Tegen die tijd is GS hopelijk uit de bus en de bezemwagen.

 

Politiek met passie

Ook vorig jaar mocht ik het jaarlijkse debat op het Barlaeus Gymnasium openen. Het was een half jaar na de Brexit en het overlijden van de Britse parlementariër Jo Cox wilde ik niet laten passeren.  Hieronder de woorden die ik spraak.

Dear members of the board, delegates, officials, Reinier and Margriet,

Thank you very much for inviting me to open this year’s session of the BYP. Normally I would have cracked a few jokes and shown you one or two of the Who wants to be second videos, probably those from Denmark and Slovenia. But that seems rather inappropriate in a year in which Europe was not only at the centre of political debate (what’s new) but in which a politician was murdered because she believed in Europe and was ardently opposed to the Brexit. I would like to start this year’s session with a video of two women on their first day as Members of Parliament, Andrea Jenkins and the – at the time – 40 year old Jo Cox.

(short video, Andrea Jenkins and Jo Cox on their first day as MPs in 2015)

During last year’s Brexit campaign Jo Cox was murdered by Thomas Mair. On the 16th of June Mair shot her three times; once in the chest, twice in the head. After that, he stabbed Cox fifteen times with a knife. Cox died shortly after the attack. In November, Mair was sentenced to life imprisonment with a whole life order (meaning that there is no possibility of parole). He is supposed to have shouted “Britain first” when he killed Cox. Police investigation has shown that Mair was obsessed with Nazi Germany, had far right-wing sympathies and was a white supremacist. A week after the death of Jo Cox, England voted to leave the European Union.

This year’s session of BYP then is a special edition because something fundamental has changed over the course of the last year. There has of course always been debate about the future of the European Union. And at the core of its very existence is a constant and perpetual tug of war between federalists who want a more unified Europe with a political, social and military agenda of its own and nationalists who want to keep Europe as small as possible and who strive to restrict its operations to the economic realm. That debate was always part and parcel of the European tradition as it evolved from the 1950s onwards. After Brexit, after the decision of a majority of the English people to leave the European Union, the nature of that debate has changed. Membership is no longer the self-evident background against which countries and political parties deliberate about Europe. The conviction that a unified Europe was important, maybe even necessary for peace and prosperity no longer stands as an undisputed truth. The debate about the future of Europe is no longer about its direction – federalist or nationalist – but has become one about its very existence. With this year’s national elections in the Netherlands, France and Germany and the rise of populist politicians Geert Wilders, Marine le Pen and Frauke Petry the stakes have changed. The election of Donald Trump in the United States of America has given new fuel for worries about the future of the European project.

European politicians have reacted in different ways to the rise of populism and the election of Trump. Donald Tusk, President of the European Council and the closest thing we have to an European prime minister wrote an urgent letter to his colleagues two weeks ago. In it he warned against the changed geopolitical situation and against the rise of anti-EU, nationalist and increasingly xenophobic sentiment in Europe itself. A third threat was, he wrote, the state of mind of the pro-European elites. Their lukewarm support for the EU has to be countered with European pride, a defence of the dignity and the values of Europe. Let me just briefly quote Tusk:

“Today we must stand up very clearly for our dignity, the dignity of a united Europe – regardless of whether we are talking to Russia, China, the US or Turkey. Therefore, let us have the courage to be proud of our own achievements, which have made our continent the best place on Earth. Let us have the courage to oppose the rhetoric of demagogues, who claim that European integration is beneficial only to the elites, that ordinary people have only suffered as its result, and that countries will cope better on their own, rather than together.”

Tusk’s passionate plea for Europe was praised by many. And maybe rightly so. I am sceptical nevertheless. To explain why, you have to recall the ingredients which make an argument convincing, according to a tradition which dates back to Aristotle. First of all, you have to convince your audience with arguments, logos. Secondly, you have to appeal to the emotions of your audience (pathos). And finally, the audience has to be convinced of the authority and the credibility of the person who is uttering the speech, what the ancients called ethos or character. It is this final ingredient which is missing in the case of Tusk. His letter was an invitation to the European summit in Malta 10 days ago. There the European leaders discussed  a more intensive cooperation with the Libian coastguard to keep African refugees out of Europe, a cooperation which is in direct contradiction with the values he so passionately defends in his letter. For that reason, I have a hard time believing the sincerity of Tusk and thus his plea for Europe. It is that quality or the lack of it, which distinguishes him from Jo Cox, with whom I started my opening today. Jo Cox was a young and promising MP, a passionate politician who believed in the European ideal and spoke out in favour of it. She had the ethos which Tusk lacks. We urgently need more politicians like her, who combine logos, pathos and ethos.

That brings me to you. Today your general assembly will debate about a number of resolutions in which you request, urge or encourage the European Commission, member States of the EU or European companies to establish a European Climate Adaption Fund, to introduce a quota-trading mechanism for refugees and to improve factory and living standards in sweatshops, to mention just a few of the wide range of topics which you will be discussing. I hope that you will argue your case with logos and pathos, with logic and feeling. But never forget that without a sincere belief in your convictions your plea will lack ethos and thus will fail.

Thank you very much and enjoy your debate!

 

Papier schuiven

Bij de bespreking van de Kaderbrief 2017 nu bijna anderhalf jaar geleden sprak ik de volgende woorden. Best actueel nog bij teruglezing. Hij staat nog niet op mijn blog, dus bij deze.

Kaderbrief 2017 (juni 2016)

Een paar dagen na het besluit van de Britten om uit de EU te stappen met elkaar debatteren over de Kaderbrief 2017-2020 voelt wat onwerkelijk. Het staat voorlopig te bezien wat de gevolgen zijn van de keuze van de Britten vorige week. Dat die ingrijpend zijn en verder reiken dan alleen de economie is evident. Voor GroenLinks is de Brexit een symptoom van dieper liggende crises die met elkaar samen hangen en ook alleen op die manier begrepen kunnen worden. De klimaatcrisis, de toenemende sociale ongelijkheid en groeiende intolerantie die we nu om ons heen zien wortelen in een politiek-economisch systeem dat in de jaren ’80 van de vorige eeuw is ontstaan en op steeds grotere schaal leidt tot ontwrichtende sociale problemen en massale migratiestromen. Gekoppeld aan het diepgewortelde eilandgevoel en conservatisme van de Britten verklaart dat veel. Maar de problemen die veel gewone Britten zien gaan zeker niet verdwijnen door je terug te trekken op je eigen eiland en steeds hogere muren te bouwen. Daarvoor moet je iets aan de onderliggende oorzaken doen.

U vraagt zich misschien af wat het politieke wereldtoneel in de provinciehoofdstad van Noord-Holland te zoeken heeft. Wij gaan er niet over en welke invloed het heeft zullen we zien. Dat is misschien wel waar, maar toch ook niet helemaal. Ik merkte in ieder geval bij mezelf – na de aanvankelijke verbijstering over de keuze van de Britten – een hernieuwd gevoel van urgentie om op de kleinere schaal van Noord-Holland aan de slag te gaan en een verschil te maken. Niet natuurlijk op het wereldtoneel, maar wel in onze eigen provincie waar zoveel te doen is. Juist dat gevoel van urgentie missen wij bij de huidige coalitie. Er is ontzettend veel papier verschoven het afgelopen jaar – startnotities, kadernotities, strategische beleidskaders en beleidsagenda’s – maar echt veel zoden heeft dat nog niet aan de dijk gezet. Veel is meer van hetzelfde en wij zien weinig echte hervormingsdrang. Meer economische groei, dat is het devies, maar dat is ook precies het devies dat ons heeft gebracht waar we nu staan: in Noord-Holland, maar ook in de wereld.

Laat ik er een paar voorbeelden uitnemen. We hebben ons eerder uitvoerig uitgesproken over de knellende kaders die er zijn voor wind op land. Ik ga dat hier niet herhalen. Bij de plaatsing van zonnepanelen zien we nu weer een defensieve beweging. Hoe kan het toch zijn dat we in stukken van GS passages moeten lezen als “Bouwsteen 6 [voor het plaatsen van zonnepanelen in het buitengebied] is zeker niet bedoeld om de deuren voor zon in het landelijk gebied wijd open te zetten”; alsof het plaatsen van zonnepanelen geen bijdrage levert aan het opwekken van duurzame energie, maar een enge ziekte is waarvan de verspreiding zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Of neem de verkrampte manier waarop initiatieven groter dan 25 ha worden terugverwezen naar de gemeente zonder daarbij duidelijk te maken welke rol de provincie in een later stadium wil nemen en aan de hand van welk kader dergelijke initiatieven beoordeeld gaan worden. Urgentie om een echt verschil te maken in het opwekken van duurzame energie spreekt daar niet uit.

Ook bij de aanleg van het NNN en de groene portefeuille in het algemeen is die urgentie niet aanwezig. Natuurlijk – en daar wil ik GS van harte mee complimenteren – zijn er vorig jaar meer dan de 250 ha aangelegd en ingericht. Dat is meer dan de lat die de coalitie voor zichzelf had gelegd. Maar we weten dat we in dit tempo 2027 niet gaan halen. Tegelijkertijd en nog ernstiger wat ons betreft voelt GS geen enkele aandrang om na te denken over de gevolgen van het besluit om meer dan 100 miljoen euro weg te halen uit de natuurportefeuille. Die ontbrekende middelen zijn in het meerjarig exploitatieperspectief niet meegenomen. Vanaf 2022 is er dus een groot tekort op de begroting en dat is zorgelijk. De keuze van GS om daar in de Kaderbrief op een bijzonder verhullende manier over te rapporteren heeft ons gestoord en we zouden GS willen verzoeken dat in een volgende Kaderbrief anders te doen. We realiseren ons natuurlijk dat er allerlei onzekerheden zijn, maar dat neemt niet weg dat bedragen die bij benadering bekend zijn, gewoon onderdeel zouden moeten zijn van het meerjarenperspectief. Graag een reactie daarop.

Voorzitter, ik ga afronden. GroenLinks heeft bij deze bespreking van de Kaderbrief geen moties of amendementen. Natuurlijk zullen wij de moties en amendementen van de andere partijen op hun merites beoordelen. In de bespreking in de commissie hebben wij bijzondere aandacht gevraagd voor de Markerwadden, een project dat de potentie heeft om een groen nationaal icoon te worden. Richting de begrotingsbehandeling zullen wij, maar daarin staan we gelukkig niet alleen, met veel belangstelling volgen op welke manier de coalitie de afweging denkt te maken tussen de verschillende projecten die wel allemaal zijn opgenomen in het coalitieakkoord maar waarvoor onvoldoende middelen beschikbaar zijn in de meerjarenbegroting.

#daretobegrey

Elk jaar organiseert het Barlaeusgymnasium een debatwedstrijd, het Barlaeus Youth Parliament. BYP is de schoolvariant van het European Youth Parliament waaraan de school al sinds jaar en dag met veel succes deelneemt. Tijdens BYP bivakkeren 64 leerlingen uit klas 4 een weekend lang op school om zich in te lezen in een onderwerp, stellingen te schrijven en uiteindelijk met elkaar op het scherpst van de snede te debatteren in het Engels. Maar BYP is meer dan een debatwedstrijd; elk jaar zijn er tientallen oud-leerlingen bij betrokken die elkaar in dat weekend weer terugzien en die een onmisbare schakel zijn in het succes van het evenement. Ik mag als rector de debatten altijd openen. Op zondagochtend klokslag 9 uur geef ik het startschot. In het Engels natuurlijk. Twee jaar geleden deed ik dat zo. 

Dear Barlaeans,

Let me start by expressing my profound gratitude for the invitation to open the Barlaeus Youth Parliament 2016, even at this early – I might perhaps even say, ungodly – hour! Today your general assembly will debate about a number of resolutions in which you request, urge or encourage the European Commission, member States of the EU or European companies to establish a European Climate Adaption Fund, to introduce a quota-trading mechanism for refugees and to improve factory and living standards in sweatshops, to mention just a few of the wide range of topics which you will be discussing.

Today, unfortunately, is also the first day that an airplane again leaves Zaventem airport, almost two weeks after the terrible terrorist attacks in Brussels. One of these planes will take passengers form Brussels to Athens, Greece. I thought it might be fitting to open this edition of the BYP by taking you from Athens to Brussels, from the cradle of democracy to the office buildings of the European Union.

But let me start on a personal note: when I was 21, I wrote a column entitled “A green Leviathan” in the student magazine of which I was editor at the time. The title of the piece referred to the famous book by the great English philosopher Thomas Hobbes, in which he defended the absolute monarchy of his days. I used his theory to defend the institution of an international organisation with absolute powers to implement the necessary measures to prevent environmental disaster. It was 1990, I was young and the piece was written in black and white. In the next issue of the magazine, I was rightly castigated by a fellow student and a researcher, the one arguing that my reasoning was deeply flawed and inconsistent, the other that I should at least allow citizens the right to collectively choose their own extinction. I had to think about this youthful indiscretion when I was preparing for today: not so much because of the topic under discussion, but because it illustrates a very understandable – all too human – desire for simple solutions. For me, it was a quick fix for our environment, written in black and white. But democracy at its best is grey, and I would like to invite you to make #daretobegrey the hashtag of today. Let me explain.

And let’s take off from Athens. Thé founding statement on political democracy is probably the funeral speech that the Greek statesman Pericles held when he mourned the soldiers who had died in the war of Athens against the Spartans. In the funeral speech, he famously describes what made Athens a democracy:

“Our form of government” he said, “is called a democracy because its administration is in the hands, not of a few, but of the whole people. (…) Election to public office is made on the basis of ability, not on the basis of membership to a particular class.” But, democracy for Pericles was not only a form of government, it was also – and more importantly – a way of life. “[N]ot only in our public life are we free and open” said Pericles, “but a sense of freedom also regulates our day-to-day life with each other. We do not flare up in anger at our neighbour if he does what he likes. And we do not show the kind of silent disapproval that causes pain in others, even though it is not a direct accusation. In our private affairs, then, we are tolerant and avoid giving offense.”

The most disturbing feature of recent political debate for me is the fact that it is exactly this way of life that is under fire. Political parties and religious fanatics are increasingly extreme in their opinions. Black-and-white is no longer the language of youthful indiscretion, but has more and more become the new political standard. The European Union is one of the most conspicuous victims of this development. The EU has often been seen by its critics as the embodiment of the failure of our democracy. It is by them regarded as the pinnacle of bureaucracy, symbolised best maybe by the large glass office buildings in which the European Union resides in Brussels. But most of all – the European Union is grey: there are no easy solutions in Brussels, a depressing number of rules and regulations and even more civil servants. I would think that grey needs a revaluation.

21 students of the University of Utrecht started the initiative #daretobegrey on the 25th of March. They are worried about the increased extremism in public debate and invite all of us to take a stance against black-and-white thinking and to promote grey. Not grey as in mediocrity, but grey as a sign of humanity, grey as in “one question means more, than ten opinions”. I am convinced that an open and inclusive society in which grey trumps black-and-white remains the best defence against bigotry and fanaticism.

Now, you might think: you were 21 and black-and-white, why would we be grey at our age? First, at your age there’s nothing really wrong with black-and–white. But, I have high hopes for you. The researcher who responded in grey to my black-and-white column was an old Barlaean and has since become professor of history. It might just be that a Barlaean education inoculates against black-and-white thinking. For today I invite and challenge you to #daretobegrey. Thank you and enjoy!

Alwin Hietbrink