Kiespijn

Deze week is onder de bezielende leiding van de Sportraad BES een ledenraadpleging gestart onder de leden van Egmondia en Zeevogels over de wenselijkheid van een fusie tussen de clubs. Ook kan men zich uitspreken over voorkeurslocaties. De uitkomsten ervan zullen worden besproken op een ledenvergadering begin maart. Ik ben heel nieuwsgierig naar de uitkomsten.

Tegelijkertijd is de gemeente Bergen begonnen de haalbaarheid te onderzoeken van een sportcomplex op een drietal locaties; de Sportlaan, het Delverspad en Egmond aan den Hoef Oost. Dat onderzoek kent drie pijlers: de ruimtelijke inpasbaarheid van een nieuw sportcomplex, de kosten ervan en het draagvlak onder de inwoners. De eerste twee zaken worden de komende weken bestudeerd. In april kunnen we dan hopelijk het draagvlak peilen onder de inwoners van Egmond aan Zee en Egmond aan de Hoef.

De inzet van een dergelijk onderzoek is wat mij betreft om alle betrokkenen zoveel mogelijk kiespijn te bezorgen. Elke locatie kent zijn eigen voor- en nadelen en het is de taak van de gemeente om die verschillen zo helder mogelijk te schetsen, zonder in de varianten al voorkeuren te verstoppen of voor te sorteren op bepaalde uitkomsten. Alleen dan kan er een goed debat plaatsvinden waarin degenen die de beslissingen moeten nemen (bestuurders en uiteindelijk de raadsleden) kunnen luisteren voordat ze besluiten. Politiek draait om het maken van keuzes over de verdeling van schaarse middelen: voorafgaand aan die keuzes moeten politici vooral veel kiespijn hebben.

20130222-171106.jpg

Advertenties

Bergen Centrum: uit voorraad leverbaar?

Een jaar geleden kreeg ik van mijn vrouw een fotoboek van Hans van der Meer, ‘Nederland – Uit voorraad leverbaar’. Het boek is een must voor bestuurders die bezig zijn met ruimtelijke ordening of de inrichting van de openbare ruimte. Van der Meer legt – vanaf het trapje dat hij altijd bij zich heeft – het ‘raadsel Nederland’ vast. Wat hij constateert is dat de zoektocht naar eigenheid een industrie is geworden die – paradoxaal – leidt tot een straatbeeld waar alles toch weer op elkaar lijkt. Om dat te illustreren zit er in het boek een ‘catalogus NL’ waarin je de losse onderdelen ziet die wij gebruiken om onze openbare ruimte in te richten en die je terug ziet op de foto’s die Van der Meer gemaakt heeft. Een soort IKEA catalogus voor besturend Nederland. Afvalbakken, bankjes, afzetpalen en straatverlichting: het is allemaal uit voorraad leverbaar.

Gisteren heb ik het boek weer eens doorgebladerd met daarnaast het beeldkwaliteitsplan dat we hebben opgesteld voor Bergen Centrum. Ook bij de planvorming voor het centrum wordt natuurlijk veel aandacht besteedt aan de aankleding van de openbare ruimte (kijk voor het volledige plan hier). Een beeldkwaliteitsplan is een poging het gewenste eindbeeld vast te leggen in een document dat leidend is als er vergunningen verleend gaan worden. Het is balanceren tussen regelzucht en anarchisme. De foto’s van Van der Meer roepen de vraag op of al die inspanningen het wel waard zijn: als aandacht voor eigenheid uiteindelijk toch leidt tot uniformiteit, is het beeldkwaliteitsplan dan niet de zoveelste maakbaarheidsprothese van besturend Nederland? Misschien, maar ik was toch gerustgesteld dat het straatmeubilair in het beeldkwaliteitsplan van Bergen Centrum niet te vinden was in de ‘catalogus NL’ van Van der Meer. Ik hou voorlopig nog even vast aan het idee dat aandacht voor beeldkwaliteit bepaald niet zinloos is.

20130202-174553.jpg