Fusie en identiteit

Het Contact kiest deze week voor een stelling over een mogelijke fusie tussen Bergen en andere gemeenten in de Duinstreek. De stelling luidt: “Bij een fusie met Uitgeest, Castricum en Heiloo verliest de gemeente Bergen haar identiteit”. Hieronder onze reactie:

Eens. Veel van onze inwoners hebben nog steeds het gevoel dat door de fusie tussen Bergen, Egmond en Schoorl de ziel van hun dorp verloren is gegaan. Dat gevoel moet serieus genomen worden. We zullen de komende jaren intensief moeten samenwerken met onze buurgemeenten omdat er veel taken op het gebied van arbeid en zorg onze kant op komen. Dan ligt een keuze voor gemeenten die op ons lijken voor de hand. Maar fuseren is daarvoor niet nodig. Sterker nog: gezien het relatief gezonde financiële perspectief van onze gemeente vinden wij een fusie op dit moment erg onverstandig. Andere gemeenten hebben veel gronden in bezit en moeten daarop fors afboeken. Die rekening willen wij niet betalen. Een fusie is dus niet één, maar een paar bruggen te ver.

Advertenties

Dorp en Duin

Gisteren heeft de gemeenteraad van Bergen met een ruime meerderheid besloten om de keuze van het college voor de Sportlaan als voorkeurslocatie voor een nieuw sportcomplex te steunen. De vergadering waar dat besluit werd genomen was een feest van de democratie waar alle partijen uitvoerig en zorgvuldig hun overwegingen presenteerden. Voor al diegenen die geen zin of tijd hebben om het hele raadsvoorstel en alle achterliggende documenten te lezen (die vind je hier) publiceer ik hieronder mijn bijdrage aan een openbare informatieavond over het onderwerp op 3 oktober. Het is geen uitputtend verhaal, maar geeft de belangrijkste argumenten van het college weer.

Waarom het college kiest voor de Sportlaan

De drie varianten zijn tot stand gekomen na een heel lang en zorgvuldig voortraject. In die tijd zijn veel onderzoeken gedaan en nog meer meningen gepeild. We hebben zes keer vergaderd met een klankbordgroep van meer dan twintig mensen, Egmondia en Zeevogels hebben hun leden geraadpleegd en de gemeente heeft inwoners gevraagd wat zij van de plannen vonden. Verder hebben we advies opgevraagd bij heel veel deskundigen: landschapsarchitecten, juristen, de sportraad, makelaars, de PWN en financieel specialisten en we hebben verschillende gesprekken gevoerd met grondeigenaren.

Nu naderen we het moment van besluitvorming. Het college heeft op 17 september een voorkeur uitgesproken voor model 1b (een sportcomplex aan de Sportlaan maar zonder tennis) en de gemeenteraad zal zich op 17 oktober en 7 november over het dossier buigen. Ik zal de voorkeur van het college vanavond toelichten. Voor ik dat doe wil ik benadrukken dat het in alle modellen gaat om een integrale visie van het gebied tussen het Watertorenterrein en de oostkant van Egmond aan den Hoef. Veel van de discussie heeft zich tot op heden toegespitst op de plek van het nieuwe sportcomplex. Dat is begrijpelijk, maar in alle modellen impliceert een keuze voor de sport ook een keuze voor de natuur en een keuze voor wonen. In alle modellen zijn de verschillende ontwikkellocaties immers financieel met elkaar verbonden: de woningbouw draagt bij aan de sport. De keuze die wij de raad voorleggen is dus een keuze voor de toekomst van de sport, dat zeker. Maar het is ook – en dat is minstens zo belangrijk – een keuze voor de toekomst van de beide dorpen.

Bij de afweging hebben we ons in eerste instantie laten leiden door drie overwegingen: is het ruimtelijk inpasbaar, wat kost het en is er draagvlak voor? Daar is een vierde bijgekomen. We hebben namelijk een aantal juridische vraagstukken uitgezocht die betrekking hebben op de mogelijke gevolgen van Natura 2000 wetgeving en het onteigeningsvraagstuk. Dat juridische kader vormt een vierde pijler in de besluitvorming.

Model 3: Sporten op de Oost

Het belangrijkste voordeel van model 3 is samen te vatten in één woord: ruimte. Ruimte om het sportcomplex in te passen aan de oostkant van Egmond aan den Hoef, ruimte voor twee prachtige woningbouwlocaties aan de Sportlaan en het Delverspad. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ons Qteam in haar advies kiest voor dit model.

Ook vanuit het oogpunt van natuurontwikkeling is model 3 de voorkeursvariant: immers, je kunt als je het sportcomplex bouwt aan de oostkant van Egmond aan den Hoef de groene corridor bij Egmond aan Zee versterken – een lang gekoesterde wens van terreinbeheerder PWN – en aan het Delverspad de natuurwaarden versterken door bij de afronding van de woningbouw in te zetten op natuurontwikkeling. Het is dan ook niet verwonderlijk dat PWN in haar advies kiest voor model 3.

Tot slot is dit model ook financieel het meest voordelig. Waarom dan toch niet gekozen voor model 3? Daar is één doorslaggevende reden voor: er is voor dit model geen enkel draagvlak. Niet bij de klankbordgroep, niet onder de leden van Egmondia en Zeevogels en niet onder onze inwoners. Voor het college voldoende reden om dit model te laten afvallen.

De keuze die overblijft is dus een keuze tussen model 1 en 2.

Model 2: Sporten op het Delverspad

Waar model 3 op weinig draagvlak kan rekenen, is dat voor model 2 heel anders. Een meerderheid van de klankbordgroep kiest voor dit model, de leden van Egmondia en Zeevogels hebben dit model als voorkeursmodel aangewezen en in de raadpleging onder de inwoners scoort model 1 iets beter, maar niet veel. Draagvlak is er dus wel voor model 2. Verder heeft model 2 als belangrijk voordeel dat het voor de voetbalclubs een fusielocatie biedt tussen de dorpen in en een nieuwe start mogelijk maakt.

Waarom dan toch niet gekozen voor het Delverspad? Daar is een aantal zwaarwegende en in onze ogen doorslaggevende argumenten voor:

De landschappelijke inpassing van het sportcomplex is in model 2 geforceerd. Op zich kan het (het is inpasbaar), maar dan alleen als het zorgvuldig is uitgewerkt en als er voor de langere termijn afspraken worden gemaakt over de aanwezigheid van reclameborden, lichtmasten ed. Het Delverspad is een prachtige lokatie: een sportvoorziening op deze plek heeft hoe dan ook een negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit die je hier kunt realiseren.

Ook vanuit het oogpunt van de te ontwikkelen woningbouw is het Delverspad een slechte keuze. Zowel de ontwikkelaars op het Delverspad als de makelaars die we hebben geconsulteerd ontraden dit model. Dat komt vooral doordat de combinatie van woningen en sport op het Delverspad ongelukkig is. Iemand die op zoek is naar een woning associeert wonen naast een sportcomplex volgens de makelaar met geluids-, licht- en verkeershinder. Dat heeft een negatieve invloed op de woonkwaliteit, de waarde en de verkoop van de woningen.

Tot slot: de gemeente heeft op de locatie Delverspad geen eigendomsposities. Dat betekent dat we voor realisatie van het sportcomplex op deze locatie afhankelijk zijn van medewerking van eigenaren. Op basis van de gesprekken die we hebben gevoerd met de eigenaren is onze verwachting dat niet alle gronden minnelijk – in goed overleg – verworven kunnen worden. Wij denken dus dat onteigening noodzakelijk zal zijn. Dat heeft in ieder geval toch gevolg dat realisatie langer duurt en kostbaarder is. Het betekent ook dat de principiële vraag gesteld moet worden of we dat instrument willen inzetten.

Dat brengt me bij model 1.

Model 1: Sporten op de Sportlaan

Onteigenen is een zwaar middel. Je pakt immers iemands eigendom af, tegen zijn zin. Als overheid moet je wel heel zwaarwegende redenen hebben om dat middel toe te passen. Onteigenen kan juridisch – dat hebben we laten uitzoeken – maar moreel gezien blijft het een zwaar middel. Het college is van mening dat je alleen moet onteigenen als het echt niet anders kan. En er is in dit geval een volwaardig alternatief: dat is model 1. In model 1 zijn de eigendomsposities voor ontwikkeling van het sportcomplex allemaal in handen van de gemeente. Dus is onteigening niet nodig. Bijkomend voordeel is dat de realisatie van het sportcomplex daardoor sneller en goedkoper kan plaatsvinden.

Dit is een zwaarwegend, maar zeker niet het enige argument om te kiezen voor model 1. Laten we eerst eens kijken naar de ruimtelijke inpasbaarheid van het sportcomplex. Dat voegt zich prachtig in de omgeving. Het kan nog veel mooier worden als er een nieuwe sporthal komt met nieuwe velden. De ruimtelijke kwaliteit die het gebied nu heeft kan alleen maar worden versterkt.

In dit model is er bovendien geen combinatie van sporten en wonen, of maar heel beperkt. Langs de Sportlaan zijn 16 woningen geprojecteerd. Dat is een dermate klein aantal, dat ook als ze niet ontwikkeld kunnen worden dit realisatie van het model niet wezenlijk zal beïnvloeden. Daar staat tegenover dat er met name aan het Delverspad een ‘’prachtige invulling van wonen naar natuurgebied” (in de woorden van de makelaar) ontstaat.

Ruimtelijk, financieel en juridisch scoort model 1 dus goed. Hoe zit het met het draagvlak? Dat is minder dan dat voor model 2, maar nog steeds heel behoorlijk. De honderden inwoners die hebben gereageerd in de raadpleging scoorden dit model als beste, boven het Delverspad. Uit de ledenraadpleging van Egmondia en Zeevogels kwam dit model als tweede fusielocatie naar voren, een alternatief voor de voorkeursvariant op het Delverspad. Makelaars en een aantal ontwikkelaars hebben ook een voorkeur uitgesproken voor dit model, mede vanwege de grote problemen die ze juist bij model 2 zien ontstaan. Verder is er ambtelijk draagvlak voor dit model en is de eerste reactie van de gedeputeerde over dit model positiever dan die voor model 2. Juist de mening van de provincie moet zwaar wegen omdat voor alle modellen geldt dat de plannen Buiten Bestaand Bebouwd gebied worden gerealiseerd en daar is de provincie het bevoegd gezag. In model 2 en 3 worden woningen geprojecteerd in Natura 2000 gebied en dat ligt bij de provincie moeilijk. Ook daar valt een keuze tussen model 2 en 1 dus in het voordeel van model 1 uit. Ook met het draagvlak van model 1 zit het dus wel goed.

Tennisclub Hogedijk

In het voortraject heb ik regelmatig aangegeven dat bij een verhuizing van Zeevogels, mee verhuizen van Hogedijk voor de hand zou liggen. In het voorkeursmodel van het college is nu toch iets anders besloten. Waarom?

Ten eerste is er een duidelijke financiële reden. Om Hogedijk in model 1 mee te laten verhuizen is aanschaf van het Van Balen terrein noodzakelijk. Daarna moet het terrein nog worden ingericht. Dat kost ruim 2 miljoen euro. Dat vinden we een onverantwoorde uitgave.

Daar komt bij dat er in de raadpleging veel vragen zijn gesteld, juist over deze verhuizing. Mensen begrijpen niet op welke manier voetbal en tennis elkaar versterken en vragen zich af of de Duinpan – de bestaande tennisclub in Egmond aan Zee – en Hogedijk elkaar niet kapot gaan concurreren. Terechte vragen volgens ons. Hogedijk heeft bovendien zelf aangegeven ook niet erg enthousiast te zijn over model 1.

Om die redenen hebben we besloten te kiezen voor model 1 zonder verplaatsing van TC Hogedijk naar de Sportlaan.

Samenvattend

Ik ga afronden.

Het college is bereid om meer dan vijf miljoen te investeren in een nieuw sportcomplex. Dat is een enorm bedrag, zeker in deze tijden. We doen dat omdat Egmondia en Zeevogels als zelfstandige clubs het moeilijk gaan krijgen. Dat weten en zeggen ze ook zelf. Het college kiest dus voor de toekomst van de sport in de Egmonden. We realiseren ons daarbij terdege dat een keuze voor de Sportlaan gevoelig ligt bij Zeevogels. Zonder daar iets aan af te doen, wil ik daar nog wel het volgende over zeggen. Een sportcomplex op de Sportlaan wordt ook een heel nieuw sportcomplex. De bestaande sporthal verdwijnt, de opstallen van Egmondia worden gesloopt en ook de Wal wordt onderdeel van de nieuwe accommodatie. Alles gaat dus tegen de vlakte en we zullen samen met alle partijen aan de tekentafel moeten gaan zitten om dat prachtige nieuwe complex te tekenen: met vier nieuwe velden, een nieuwe sporthal en nieuwe samenwerkingsverbanden. Die kans is er nu. Tegen beide clubs wil ik zeggen: kies voor de jeugd, kies voor de toekomst.

20131108-170919.jpg

Kiespijn

Deze week is onder de bezielende leiding van de Sportraad BES een ledenraadpleging gestart onder de leden van Egmondia en Zeevogels over de wenselijkheid van een fusie tussen de clubs. Ook kan men zich uitspreken over voorkeurslocaties. De uitkomsten ervan zullen worden besproken op een ledenvergadering begin maart. Ik ben heel nieuwsgierig naar de uitkomsten.

Tegelijkertijd is de gemeente Bergen begonnen de haalbaarheid te onderzoeken van een sportcomplex op een drietal locaties; de Sportlaan, het Delverspad en Egmond aan den Hoef Oost. Dat onderzoek kent drie pijlers: de ruimtelijke inpasbaarheid van een nieuw sportcomplex, de kosten ervan en het draagvlak onder de inwoners. De eerste twee zaken worden de komende weken bestudeerd. In april kunnen we dan hopelijk het draagvlak peilen onder de inwoners van Egmond aan Zee en Egmond aan de Hoef.

De inzet van een dergelijk onderzoek is wat mij betreft om alle betrokkenen zoveel mogelijk kiespijn te bezorgen. Elke locatie kent zijn eigen voor- en nadelen en het is de taak van de gemeente om die verschillen zo helder mogelijk te schetsen, zonder in de varianten al voorkeuren te verstoppen of voor te sorteren op bepaalde uitkomsten. Alleen dan kan er een goed debat plaatsvinden waarin degenen die de beslissingen moeten nemen (bestuurders en uiteindelijk de raadsleden) kunnen luisteren voordat ze besluiten. Politiek draait om het maken van keuzes over de verdeling van schaarse middelen: voorafgaand aan die keuzes moeten politici vooral veel kiespijn hebben.

20130222-171106.jpg