Politiek met passie

Ook vorig jaar mocht ik het jaarlijkse debat op het Barlaeus Gymnasium openen. Het was een half jaar na de Brexit en het overlijden van de Britse parlementariër Jo Cox wilde ik niet laten passeren.  Hieronder de woorden die ik spraak.

Dear members of the board, delegates, officials, Reinier and Margriet,

Thank you very much for inviting me to open this year’s session of the BYP. Normally I would have cracked a few jokes and shown you one or two of the Who wants to be second videos, probably those from Denmark and Slovenia. But that seems rather inappropriate in a year in which Europe was not only at the centre of political debate (what’s new) but in which a politician was murdered because she believed in Europe and was ardently opposed to the Brexit. I would like to start this year’s session with a video of two women on their first day as Members of Parliament, Andrea Jenkins and the – at the time – 40 year old Jo Cox.

(short video, Andrea Jenkins and Jo Cox on their first day as MPs in 2015)

During last year’s Brexit campaign Jo Cox was murdered by Thomas Mair. On the 16th of June Mair shot her three times; once in the chest, twice in the head. After that, he stabbed Cox fifteen times with a knife. Cox died shortly after the attack. In November, Mair was sentenced to life imprisonment with a whole life order (meaning that there is no possibility of parole). He is supposed to have shouted “Britain first” when he killed Cox. Police investigation has shown that Mair was obsessed with Nazi Germany, had far right-wing sympathies and was a white supremacist. A week after the death of Jo Cox, England voted to leave the European Union.

This year’s session of BYP then is a special edition because something fundamental has changed over the course of the last year. There has of course always been debate about the future of the European Union. And at the core of its very existence is a constant and perpetual tug of war between federalists who want a more unified Europe with a political, social and military agenda of its own and nationalists who want to keep Europe as small as possible and who strive to restrict its operations to the economic realm. That debate was always part and parcel of the European tradition as it evolved from the 1950s onwards. After Brexit, after the decision of a majority of the English people to leave the European Union, the nature of that debate has changed. Membership is no longer the self-evident background against which countries and political parties deliberate about Europe. The conviction that a unified Europe was important, maybe even necessary for peace and prosperity no longer stands as an undisputed truth. The debate about the future of Europe is no longer about its direction – federalist or nationalist – but has become one about its very existence. With this year’s national elections in the Netherlands, France and Germany and the rise of populist politicians Geert Wilders, Marine le Pen and Frauke Petry the stakes have changed. The election of Donald Trump in the United States of America has given new fuel for worries about the future of the European project.

European politicians have reacted in different ways to the rise of populism and the election of Trump. Donald Tusk, President of the European Council and the closest thing we have to an European prime minister wrote an urgent letter to his colleagues two weeks ago. In it he warned against the changed geopolitical situation and against the rise of anti-EU, nationalist and increasingly xenophobic sentiment in Europe itself. A third threat was, he wrote, the state of mind of the pro-European elites. Their lukewarm support for the EU has to be countered with European pride, a defence of the dignity and the values of Europe. Let me just briefly quote Tusk:

“Today we must stand up very clearly for our dignity, the dignity of a united Europe – regardless of whether we are talking to Russia, China, the US or Turkey. Therefore, let us have the courage to be proud of our own achievements, which have made our continent the best place on Earth. Let us have the courage to oppose the rhetoric of demagogues, who claim that European integration is beneficial only to the elites, that ordinary people have only suffered as its result, and that countries will cope better on their own, rather than together.”

Tusk’s passionate plea for Europe was praised by many. And maybe rightly so. I am sceptical nevertheless. To explain why, you have to recall the ingredients which make an argument convincing, according to a tradition which dates back to Aristotle. First of all, you have to convince your audience with arguments, logos. Secondly, you have to appeal to the emotions of your audience (pathos). And finally, the audience has to be convinced of the authority and the credibility of the person who is uttering the speech, what the ancients called ethos or character. It is this final ingredient which is missing in the case of Tusk. His letter was an invitation to the European summit in Malta 10 days ago. There the European leaders discussed  a more intensive cooperation with the Libian coastguard to keep African refugees out of Europe, a cooperation which is in direct contradiction with the values he so passionately defends in his letter. For that reason, I have a hard time believing the sincerity of Tusk and thus his plea for Europe. It is that quality or the lack of it, which distinguishes him from Jo Cox, with whom I started my opening today. Jo Cox was a young and promising MP, a passionate politician who believed in the European ideal and spoke out in favour of it. She had the ethos which Tusk lacks. We urgently need more politicians like her, who combine logos, pathos and ethos.

That brings me to you. Today your general assembly will debate about a number of resolutions in which you request, urge or encourage the European Commission, member States of the EU or European companies to establish a European Climate Adaption Fund, to introduce a quota-trading mechanism for refugees and to improve factory and living standards in sweatshops, to mention just a few of the wide range of topics which you will be discussing. I hope that you will argue your case with logos and pathos, with logic and feeling. But never forget that without a sincere belief in your convictions your plea will lack ethos and thus will fail.

Thank you very much and enjoy your debate!

 

Advertenties

Papier schuiven

Bij de bespreking van de Kaderbrief 2017 nu bijna anderhalf jaar geleden sprak ik de volgende woorden. Best actueel nog bij teruglezing. Hij staat nog niet op mijn blog, dus bij deze.

Kaderbrief 2017 (juni 2016)

Een paar dagen na het besluit van de Britten om uit de EU te stappen met elkaar debatteren over de Kaderbrief 2017-2020 voelt wat onwerkelijk. Het staat voorlopig te bezien wat de gevolgen zijn van de keuze van de Britten vorige week. Dat die ingrijpend zijn en verder reiken dan alleen de economie is evident. Voor GroenLinks is de Brexit een symptoom van dieper liggende crises die met elkaar samen hangen en ook alleen op die manier begrepen kunnen worden. De klimaatcrisis, de toenemende sociale ongelijkheid en groeiende intolerantie die we nu om ons heen zien wortelen in een politiek-economisch systeem dat in de jaren ’80 van de vorige eeuw is ontstaan en op steeds grotere schaal leidt tot ontwrichtende sociale problemen en massale migratiestromen. Gekoppeld aan het diepgewortelde eilandgevoel en conservatisme van de Britten verklaart dat veel. Maar de problemen die veel gewone Britten zien gaan zeker niet verdwijnen door je terug te trekken op je eigen eiland en steeds hogere muren te bouwen. Daarvoor moet je iets aan de onderliggende oorzaken doen.

U vraagt zich misschien af wat het politieke wereldtoneel in de provinciehoofdstad van Noord-Holland te zoeken heeft. Wij gaan er niet over en welke invloed het heeft zullen we zien. Dat is misschien wel waar, maar toch ook niet helemaal. Ik merkte in ieder geval bij mezelf – na de aanvankelijke verbijstering over de keuze van de Britten – een hernieuwd gevoel van urgentie om op de kleinere schaal van Noord-Holland aan de slag te gaan en een verschil te maken. Niet natuurlijk op het wereldtoneel, maar wel in onze eigen provincie waar zoveel te doen is. Juist dat gevoel van urgentie missen wij bij de huidige coalitie. Er is ontzettend veel papier verschoven het afgelopen jaar – startnotities, kadernotities, strategische beleidskaders en beleidsagenda’s – maar echt veel zoden heeft dat nog niet aan de dijk gezet. Veel is meer van hetzelfde en wij zien weinig echte hervormingsdrang. Meer economische groei, dat is het devies, maar dat is ook precies het devies dat ons heeft gebracht waar we nu staan: in Noord-Holland, maar ook in de wereld.

Laat ik er een paar voorbeelden uitnemen. We hebben ons eerder uitvoerig uitgesproken over de knellende kaders die er zijn voor wind op land. Ik ga dat hier niet herhalen. Bij de plaatsing van zonnepanelen zien we nu weer een defensieve beweging. Hoe kan het toch zijn dat we in stukken van GS passages moeten lezen als “Bouwsteen 6 [voor het plaatsen van zonnepanelen in het buitengebied] is zeker niet bedoeld om de deuren voor zon in het landelijk gebied wijd open te zetten”; alsof het plaatsen van zonnepanelen geen bijdrage levert aan het opwekken van duurzame energie, maar een enge ziekte is waarvan de verspreiding zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Of neem de verkrampte manier waarop initiatieven groter dan 25 ha worden terugverwezen naar de gemeente zonder daarbij duidelijk te maken welke rol de provincie in een later stadium wil nemen en aan de hand van welk kader dergelijke initiatieven beoordeeld gaan worden. Urgentie om een echt verschil te maken in het opwekken van duurzame energie spreekt daar niet uit.

Ook bij de aanleg van het NNN en de groene portefeuille in het algemeen is die urgentie niet aanwezig. Natuurlijk – en daar wil ik GS van harte mee complimenteren – zijn er vorig jaar meer dan de 250 ha aangelegd en ingericht. Dat is meer dan de lat die de coalitie voor zichzelf had gelegd. Maar we weten dat we in dit tempo 2027 niet gaan halen. Tegelijkertijd en nog ernstiger wat ons betreft voelt GS geen enkele aandrang om na te denken over de gevolgen van het besluit om meer dan 100 miljoen euro weg te halen uit de natuurportefeuille. Die ontbrekende middelen zijn in het meerjarig exploitatieperspectief niet meegenomen. Vanaf 2022 is er dus een groot tekort op de begroting en dat is zorgelijk. De keuze van GS om daar in de Kaderbrief op een bijzonder verhullende manier over te rapporteren heeft ons gestoord en we zouden GS willen verzoeken dat in een volgende Kaderbrief anders te doen. We realiseren ons natuurlijk dat er allerlei onzekerheden zijn, maar dat neemt niet weg dat bedragen die bij benadering bekend zijn, gewoon onderdeel zouden moeten zijn van het meerjarenperspectief. Graag een reactie daarop.

Voorzitter, ik ga afronden. GroenLinks heeft bij deze bespreking van de Kaderbrief geen moties of amendementen. Natuurlijk zullen wij de moties en amendementen van de andere partijen op hun merites beoordelen. In de bespreking in de commissie hebben wij bijzondere aandacht gevraagd voor de Markerwadden, een project dat de potentie heeft om een groen nationaal icoon te worden. Richting de begrotingsbehandeling zullen wij, maar daarin staan we gelukkig niet alleen, met veel belangstelling volgen op welke manier de coalitie de afweging denkt te maken tussen de verschillende projecten die wel allemaal zijn opgenomen in het coalitieakkoord maar waarvoor onvoldoende middelen beschikbaar zijn in de meerjarenbegroting.

#daretobegrey

Elk jaar organiseert het Barlaeusgymnasium een debatwedstrijd, het Barlaeus Youth Parliament. BYP is de schoolvariant van het European Youth Parliament waaraan de school al sinds jaar en dag met veel succes deelneemt. Tijdens BYP bivakkeren 64 leerlingen uit klas 4 een weekend lang op school om zich in te lezen in een onderwerp, stellingen te schrijven en uiteindelijk met elkaar op het scherpst van de snede te debatteren in het Engels. Maar BYP is meer dan een debatwedstrijd; elk jaar zijn er tientallen oud-leerlingen bij betrokken die elkaar in dat weekend weer terugzien en die een onmisbare schakel zijn in het succes van het evenement. Ik mag als rector de debatten altijd openen. Op zondagochtend klokslag 9 uur geef ik het startschot. In het Engels natuurlijk. Twee jaar geleden deed ik dat zo. 

Dear Barlaeans,

Let me start by expressing my profound gratitude for the invitation to open the Barlaeus Youth Parliament 2016, even at this early – I might perhaps even say, ungodly – hour! Today your general assembly will debate about a number of resolutions in which you request, urge or encourage the European Commission, member States of the EU or European companies to establish a European Climate Adaption Fund, to introduce a quota-trading mechanism for refugees and to improve factory and living standards in sweatshops, to mention just a few of the wide range of topics which you will be discussing.

Today, unfortunately, is also the first day that an airplane again leaves Zaventem airport, almost two weeks after the terrible terrorist attacks in Brussels. One of these planes will take passengers form Brussels to Athens, Greece. I thought it might be fitting to open this edition of the BYP by taking you from Athens to Brussels, from the cradle of democracy to the office buildings of the European Union.

But let me start on a personal note: when I was 21, I wrote a column entitled “A green Leviathan” in the student magazine of which I was editor at the time. The title of the piece referred to the famous book by the great English philosopher Thomas Hobbes, in which he defended the absolute monarchy of his days. I used his theory to defend the institution of an international organisation with absolute powers to implement the necessary measures to prevent environmental disaster. It was 1990, I was young and the piece was written in black and white. In the next issue of the magazine, I was rightly castigated by a fellow student and a researcher, the one arguing that my reasoning was deeply flawed and inconsistent, the other that I should at least allow citizens the right to collectively choose their own extinction. I had to think about this youthful indiscretion when I was preparing for today: not so much because of the topic under discussion, but because it illustrates a very understandable – all too human – desire for simple solutions. For me, it was a quick fix for our environment, written in black and white. But democracy at its best is grey, and I would like to invite you to make #daretobegrey the hashtag of today. Let me explain.

And let’s take off from Athens. Thé founding statement on political democracy is probably the funeral speech that the Greek statesman Pericles held when he mourned the soldiers who had died in the war of Athens against the Spartans. In the funeral speech, he famously describes what made Athens a democracy:

“Our form of government” he said, “is called a democracy because its administration is in the hands, not of a few, but of the whole people. (…) Election to public office is made on the basis of ability, not on the basis of membership to a particular class.” But, democracy for Pericles was not only a form of government, it was also – and more importantly – a way of life. “[N]ot only in our public life are we free and open” said Pericles, “but a sense of freedom also regulates our day-to-day life with each other. We do not flare up in anger at our neighbour if he does what he likes. And we do not show the kind of silent disapproval that causes pain in others, even though it is not a direct accusation. In our private affairs, then, we are tolerant and avoid giving offense.”

The most disturbing feature of recent political debate for me is the fact that it is exactly this way of life that is under fire. Political parties and religious fanatics are increasingly extreme in their opinions. Black-and-white is no longer the language of youthful indiscretion, but has more and more become the new political standard. The European Union is one of the most conspicuous victims of this development. The EU has often been seen by its critics as the embodiment of the failure of our democracy. It is by them regarded as the pinnacle of bureaucracy, symbolised best maybe by the large glass office buildings in which the European Union resides in Brussels. But most of all – the European Union is grey: there are no easy solutions in Brussels, a depressing number of rules and regulations and even more civil servants. I would think that grey needs a revaluation.

21 students of the University of Utrecht started the initiative #daretobegrey on the 25th of March. They are worried about the increased extremism in public debate and invite all of us to take a stance against black-and-white thinking and to promote grey. Not grey as in mediocrity, but grey as a sign of humanity, grey as in “one question means more, than ten opinions”. I am convinced that an open and inclusive society in which grey trumps black-and-white remains the best defence against bigotry and fanaticism.

Now, you might think: you were 21 and black-and-white, why would we be grey at our age? First, at your age there’s nothing really wrong with black-and–white. But, I have high hopes for you. The researcher who responded in grey to my black-and-white column was an old Barlaean and has since become professor of history. It might just be that a Barlaean education inoculates against black-and-white thinking. For today I invite and challenge you to #daretobegrey. Thank you and enjoy!

Alwin Hietbrink

Over provinciale politieke cultuur: bij het opstappen van gedeputeerde De Vries

In november kondigde Ralph de Vries, kersvers gedeputeerde van D66, aan dat hij opstapte. Zijn overwegingen waren aanleiding voor een debat in Provinciale Staten. Hoe kan het nou dat een ervaren gedeputeerde al na zes maanden de handdoek in de ring gooit? Wat zegt dat over onze omgangsvormen en de manier waarop we in Noord-Holland politiek bedrijven? Mijn bijdrage staat hieronder.

Drie weken geleden informeerde Ralph de Vries ons dat hij had besloten om zijn ontslag aan te bieden aan Provinciale Staten. In een openhartige brief laat de heer De Vries ons weten niet langer geloofwaardig te kunnen optreden omdat hij op het dossier wind op land beleid moet verdedigen dat niet bijdraagt aan de noodzakelijke energietransitie in Noord-Holland. Meneer de Vries hekelt in zijn brief de bestuurscultuur van Noord-Holland. “De verhoudingen in Provinciale Staten en tussen Provinciale en Gedeputeerde Staten liggen in Noord-Holland (…) in hoge mate vast. Dit leidt naar mijn idee tot risicomijdend gedrag en het doodbloeden van het debat. Het echte debat op inhoud, dat als politiek cement zou moeten dienen, verdwijnt naar de achtergrond. Wat resteert is een voorspelbaar ritueel”. Natuurlijk respecteert GroenLinks het besluit van meneer De Vries. Tegelijkertijd vinden wij dat zijn vroegtijdig opstappen voor ons als Staten aanleiding moet zijn voor reflectie. Hoe kan het nou dat een ervaren gedeputeerde al na zes maanden de handdoek in de ring gooit? Wat zegt dat over onze omgangsvormen en de manier waarop we in Noord-Holland politiek bedrijven?

Laat ik om te beginnen zeggen dat wij het te makkelijk vinden om het besluit van Ralph de Vries af te doen als niets anders dan een persoonlijk besluit, zoals zijn eigen fractie en GS lijken te doen. Natuurlijk is het indienen van je ontslag uiteindelijk altijd een persoonlijke afweging, maar de overwegingen van meneer De Vries om te komen tot dat besluit gaan ons allemaal aan. GroenLinks kiest er voor die discussie niet uit de weg te gaan en hoopt dat ook de andere partijen in de Staten daartoe bereid zijn.

Het is niet de eerste keer dat we in deze Staten spreken over onze weinig duale bestuurscultuur. Ook de commissie Operatie Schoon Schip concludeerde in 2012 dat er op dat punt een wereld te winnen was. “Provinciale Staten dienen zich bewust te blijven dat macht kan corrumperen en dat het van groot belang is in het debat ook de argumenten van de oppositie toe te laten en deze serieus te nemen. Ook indien dat (politiek) niet uitkomt. Dat is de kern van het dualisme, dat in de provincie Noord Holland wel op papier bestaat, maar in de praktijk niet altijd heeft gefunctioneerd. Dit mede, gedurende onze onderzoeksperiode, door de dominante positie van de VVD(-bestuurders) en de afhankelijke positie van andere bestuurders” (Ondernemend bestuur, p. 134). Juist het ontbreken van een gezonde dosis dualisme is de kern van de observatie van Ralph de Vries over de bestuurscultuur in Noord-Holland. Daar ligt een opgave voor ons allemaal, PS en GS.

Misschien mag ik met negen jaar ervaring in de lokale politiek mijn eigen observaties over de eerste periode in de Staten naast die van de heer De Vries leggen. Ik moet dan tot mijn grote spijt constateren dat zijn analyse van de bestuurscultuur in grote lijnen hout snijdt en dat het debat op inhoud nauwelijks van de grond komt. Wij betreuren dat ten zeerste. Bij de vaststelling van het coalitieakkoord heeft GroenLinks een oproep gedaan voor een open manier van politiek bedrijven. Tot op heden zie wij daar nog weinig van terug. Natuurlijk maak je als coalitie afspraken op hoofdlijnen en overleg je over gevoelige onderwerpen. Maar buiten die afspraken kan er veel meer vrije ruimte worden gecreëerd voor debat. Ik ben oprecht benieuwd hoe andere partijen, juist ook die in de coalitie, daarover denken. Hoe vinden zij dat het gesteld is met het dualisme in Noord-Holland?

Meer dualisme in de Staten, hoe doe je dat. Misschien mag ik daarvoor de vorige fractievoorzitter van GroenLinks, Lene Grooten, citeren. Pikant misschien gezien de persoon die zijn ontslag indient, maar beter dan haar kan ik het niet zeggen. Terugkijkend op haar periode in deze Staten stelde zij in het Binnenlands Bestuur dat meer politiek in de Staten broodnodig was: “Een dualistisch systeem is gebaat bij bestuurders met lef. Dat betekent het doorbreken van de angst voor het politieke. Besturen betekent dat de Staten hun kaderstellende en controlerende rol ten volle mogen spelen. (…) Minder van tevoren vastleggen, een kleine meerderheid laten besturen en elkaar soms een vrije kwestie gunnen: het vereist lef maar komt de scherpte ten goede. Lang leve het politieke debat.” Naast bestuurders met lef willen wij pleiten voor een bestuurscultuur waarin partijen elkaar wat gunnen. Als je elkaar naast de afspraken uit het coalitieakkoord de ruimte gunt om met andere partijen allianties te sluiten dan verlevendigt dat het debat en het versterkt de onderlinge samenhang in PS. Het komt bovendien de kwaliteit van de besluitvorming ten goede omdat je niet automatisch op een meerderheid kunt rekenen.

Andere overheden en andere provincies laten zien dat die ruimte voor debat niet hoeft te leiden tot problemen. GroenLinks wil daarom voorstellen om vooral ook eens bij anderen in de keuken te kijken en met hen het gesprek aan te gaan over de bestuurscultuur. Dat kan bijvoorbeeld door een Statenwerkgroep dualisme in te stellen die gaat kijken hoe het elders gaat, daarover terug rapporteert en met voorstellen oor verbetering komt. Ik hoor graag van mijn collega’s wat zij van dat idee vinden.

Voorzitter, ik ga afronden. Over bestuurscultuur kun je heel lang met elkaar praten, maar uiteindelijk gaat het er natuurlijk om wat we doen. Wij vragen om bestuurders met lef en een cultuur waarin we elkaar wat gunnen. Dat is beter voor ons als Staten, beter voor de besluitvorming en dus uiteindelijk beter voor de inwoners van NH. We kunnen daar vandaag mee beginnen.

Ruimte voor groen, niet voor groei. Eén letter, een wereld van verschil

Afgelopen dinsdag hield ik mijn maiden speech in de Provinciale Staten van Noord-Holland. We bespraken het nieuwe coalitieakkoord van de VVD, D66, PvdA en CDA. Hieronder mijn bijdrage.

Meneer de voorzitter, beste collega Statenleden,

Ik heb me verkiesbaar gesteld voor de Provinciale Staten omdat ik na negen jaar actieve lokale politiek weet hoe dichtbij de provincie soms kan komen. Voor de aanleg van natuur in de buurt en de recreatieve ontsluiting ervan, voor de komst van een toeristisch fietspad door de polder en voor het realiseren van een zonneweide in het buitengebied. De provincie mag misschien het zwarte schaap van bestuurlijk Nederland zijn, het is een bestuurslaag die voor mijn partij GroenLinks cruciaal is. Wij besluiten immers in deze zaal over natuur en groen, over water en luchtkwaliteit en over openbaar vervoer. Wij hebben bovendien de beslissende stem als er moet worden bepaald wat we wel en niet gewenst vinden in ons kwetsbare buitengebied.

Stiekem had ik hoge verwachtingen van het akkoord dat we vandaag bespreken. Misschien naïef, maar de enorme winst van D66 bij de verkiezingen en het scherpe profiel van deze partij op natuur en groen in de campagne had bij mij verwachtingen gewekt. En even dacht ik afgelopen woensdag dat die verwachtingen zouden uitkomen: ruimte voor groen. Oh nee, verkeerd gelezen, ruimte voor groei. Slechts één letter, maar een wereld van verschil. Dat D66 op haar eigen website spreekt over ruimte voor groene groei klinkt als een vorm van berouw, maar u weet: berouw komt na de zonde. Die kosmetische ingreep kan niet verdoezelen dat de natuur het kind van de rekening is in dit akkoord.

Maar laat ik niet vooruit lopen op mijn conclusies en om te beginnen deze coalitie complimenteren met het terugdraaien van een aantal besluiten van de oude coalitie die GroenLinks een doorn in het oog waren. Wij zijn blij dat de bezuiniging op de vrijwilligers in het groen van tafel is en dat het programma cultuureducatie met kwaliteit wordt voortgezet. Dat “nieuw beleid” noemen gaat ons wat ver, maar het belangrijkste is natuurlijk dat hier de fouten van de oude coalitie worden hersteld. Dat is winst. Ook positief zijn wij over de 10 miljoen euro die beschikbaar wordt gesteld voor het verduurzamen van de bestaande bouw en de oprichting van een duurzaamheids- en innovatiefonds voor het MKB. GroenLinks heeft in het verleden herhaaldelijk pogingen ondernomen om het bestaande participatiefonds duurzame economie ook toegankelijk te maken voor deze doelgroep en wij zijn dus blij dat deze inzet nu ook die van die nieuwe coalitie is.

Het zijn lichtpuntjes in een programma dat verder vooral ongelofelijk traditioneel en behoudend is. De titel maakt duidelijk dat economische groei voorop staat en het akkoord vertelt een verhaal waarin de logica is dat je voor banen bedrijven nodig hebt, voor bedrijven bedrijventerreinen, en om die bedrijventerreinen te bereiken een – bij voorkeur twee keer tweebaans – asfaltweg. In de verkiezingscampagne sprak D66 nog over een “asfaltbegroting”. Nou, door nog eens 45 miljoen extra te investeren in grijs wordt dat niet minder, ook niet als je op je website mooie woorden spreekt over groene groei. Het akkoord is vooral een intensivering van bestaand beleid en dus weinig hervormingsgezind. Het is een grijsgedraaide plaat uit de vorige eeuw waarvan toch inmiddels wel bekend is dat het een recept is voor elkaar in steeds sneller tempo opvolgende crises. Geen verhaal dus voor deze eeuw, laat staan voor een duurzame toekomst.

De vraag die wij beantwoordt willen zien is voor welke groei je kiest? Voor welke banen? Voor welke bedrijven? Het lijkt deze coalitie helemaal niets uit te maken. Ons wel. Groei is geen doel op zich: wij willen de kwaliteit van leven verhogen voor onze inwoners. Dat kan goed samengaan met groei, maar niet met alle vormen van groei. Voor welke groei kiest deze coalitie? Voor verdere groei van Schiphol en dus groei van overlast voor omwonenden. Nieuwe woningbouw bij Schiphol mag “voor eigen rekening en risico van de toekomstige bewoners”. Economische groei wint het bij deze coalitie van leefbaarheid. De coalitie kiest voor groei van het bouwblok in het zuidelijk deel van de provincie en dus voor meer megastallen. Economische groei wint het bij deze coalitie van open polders en dierenwelzijn. De coalitie gaat gewoon door met de aanleg van de A8-A9 en de Duinpolderweg ook al waren de PvdA en D66 in de campagne nog bijzonder kritisch over nut en noodzaak van die laatste verbinding. En laten we wel wezen: het geld dat nu beschikbaar wordt gesteld voor nieuw beleid valt in het niet bij deze investeringen in nog meer asfalt. Meer asfalt wint het bij deze coalitie van natuur en groen.

Deze coalitie wil wel investeren in de achterhaalde techniek van Pallas, maar is onduidelijk over de innovatieve techniek van de biovergasser in Alkmaar. Op dat punt zouden wij graag opheldering krijgen van de coalitie. Gaat de provincie nu wel of niet deelnemen aan de biovergasser? Op pagina 22 van het akkoord staat: “Wij zien bijzondere kansen voor een bloeiend cluster op het gebied van biomassavergassing en groen gas in Noord-Holland. Initiatieven, zoals rondom Alkmaar, blijven wij ondersteunen.” Klinkt als een ja. Maar was het niet zo dat die deelname stukliep op de te stringent geformuleerde criteria van het Participatiefonds Duurzame Economie? En daarover lezen we in het akkoord dat het fonds deze periode wordt geëvalueerd. “Of de criteria van het participatiefonds gewijzigd moeten worden, hangt af van deze evaluatie.” (p. 21). Wat is het nou: passen we de criteria aan en gaan we deelnemen aan de biovergasser? Of passen we de criteria niet aan en gaat het groene gas cluster zijn heil in Groningen zoeken. Een duidelijke uitspraak op dit punt zouden wij – en niet wij alleen denk ik – bijzonder op prijs stellen.

Het zijn niet de keuzes van GroenLinks, dat begrijpt u. Wij kiezen onomwonden voor kwaliteit van leven, wonen en werken. Wij kiezen voor groen en natuur, voor open polders en dierenwelzijn en voor leefbaarheid. Niet voor het economisme van de coalitie waar economische groei zaligmakend is, maar voor een ontspannen samenleving die steunt wat van waarde is en kiest voor kwaliteit van leven. Wij denken niet dat cultuur een “’reguliere economische activiteit” (p. 38) is zoals deze coalitie, maar steun verdient ook als de opbrengst ervan niet meteen in euro’s uit te drukken is. Wij willen ruimte voor groen, niet voor richtingloze groei. Groen of groei: één letter, een wereld van verschil.

Wij kiezen voor de fiets en goed en betaalbaar openbaar vervoer voor héél Noord-Holland. Nu zegt u 5 miljoen te investeren in de fiets, maar dat komt uit een reserve waar de Staten 5,2 miljoen ingestopt had. Per saldo is dat toch gewoon een bezuiniging van 200.000 euro? Wij zijn blij met de inventarisatie die u wilt gaan maken van de knelpunten in het fietspadennetwerk zoals wij eerder voorstelden in ons initiatiefvoorstel fiets. Maar wij hadden graag meer ambitie gezien.

Wij willen ruimte voor duurzame energie. De coalitie kiest voor een harde opstelling waar het gaat om wind op land. De 600 meter afstandsgrens en de regeling waarbij voor elke molen die nieuw geplaatst wordt er twee moeten verdwijnen gaan in de uitvoering voor zoveel problemen zorgen dat de doelstelling van het plaatsen van 685,5 MW onherroepelijk in gevaar gaat komen. Wij wensen de nieuwe gedeputeerde Duurzame Energie op dat punt veel wijsheid en sterkte. Zijn eigen partij D66 had juist op dit punt een paar mooie voorstellen opgenomen in het verkiezingsprogramma die blijkbaar gesneuveld zijn in de onderhandelingen. De PvdA was op dit punt toch ook kritisch? Was het voor beide partijen niet belangrijk genoeg? En in welke spagaat komt de D66 gedeputeerde daardoor terecht? Maatwerk voor het stedelijk gebied en afschaffen van de aan bewonersinitiatieven niet uit leggen 2 voor 1 regeling lijkt ons onontkoombaar. Als ze zelf ook dat inzicht komt kan de coalitie op onze steun rekenen.

Wij willen ook ruimte voor natuur. Met de inspanningen van de huidige en vorige coalitie om 250 hectare per jaar te verwerven is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) in 2027 niet klaar. Op natuur bezuinigt deze coalitie bovendien fors. Er komt drie miljoen bij in vier jaar tijd maar er wordt 33,6 miljoen uit de Reserve Groen gehaald. Merken we direct iets van dat leeghalen van de Reserve Groen? Nee, waarschijnlijk niet in deze periode. Wel in de periodes daarna, als het NNN afgerond moet worden. Kortzichtig dus en ook nog eens een klassiek geval van potverteren.

Voorzitter, als laatste wil GroenLinks nog iets opmerken over de bestuurscultuur in de provincie. We hopen allereerst dat de komende jaren op een heldere en transparante manier met ons en onze inwoners gecommuniceerd zal worden. Het akkoord is wat dat betreft niet direct hoopgevend. Het staat vol met formuleringen die dermate vaag en algemeen zijn dat je er alle kanten mee op kunt. Ik geef u één voorbeeld. Op pagina 15: “Binnen het Bestuursakkoord pilot Waterlands Wonen bezien wij hoe het best kan worden omgegaan met de afspraak inzake afdracht van een bijdrage uit woningbouw om te kunnen investeren in groene en recreatieve waarden in de voormalige rijksbufferzone”. Misschien mag ik de coalitiepartijen uitnodigen om mee te doen met de volgende multiple choice:

Staat hier nu:

a Waterlands Wonen stopt. Alleen als er een aantoonbare woningbehoefte is, kan er bijgebouwd worden. Het project Bennewerf krijgt geen medewerking van de provincie.

b Waterlands Wonen gaat door maar de eerder overeengekomen bijdrage voor groen en recreatie wordt geschrapt.

c Waterlands Wonen gaat door conform eerdere afspraken: alleen woningbouw als er een bijdrage komt voor groen en recreatie.

 Wie het weet mag het zeggen.

GroenLinks staat voor helderheid en transparante keuzes. Die keuzes maken we dichtbij de leefwereld van onze inwoners. Wij ondersteunen daarom de uitspraak van deze coalitie dat ze burgers wil betrekken bij het beleidsproces van harte. Maar iets meer lef mag van ons wel. Draai het eens om: hoe kan de overheid aansluiten bij maatschappelijke initiatieven en deze versterken? Als dat je eerste vraag is krijg je echte vernieuwing.

Voorzitter, ik kom aan mijn afronding.

Eerder vroeg ik de coalitie om na te denken over de politieke cultuur in de provincie en niet alles voor vier jaar dicht te timmeren. Wij werden tijdens het onderhandelingsproces uitgenodigd om punten in te brengen. Ik heb dat als een uitgestoken hand ervaren, waarvoor dank. Om te laten zien dat we die uitgestoken hand echt serieus nemen zullen wij straks samen met PvdD, CU, OuderpartijNH en 50PLUS een motie indien met input voor de strategische Statenagenda. Ik wil de heer Klein van de CU complimenteren voor het nemen van dit initiatief. Het zijn een aantal punten waarvan wij op basis van de verkiezingsprogramma’s menen te kunnen vaststellen dat er een meerderheid voor is in deze Staten. Een nadere toelichting laat ik graag aan de heer Klein maar ik wil de coalitie natuurlijk alvast van harte uitnodigen de motie te omarmen.

De provinciale politiek is dichterbij mensen dan velen denken. Dat was – zoals ik aan het begin van mijn bijdrage vertelde – mijn motivatie om de komende vier jaar hier met u samen te werken. Ik spreek de hoop uit dat die samenwerking ook geldt voor de coalitiepartijen. Een dichtgetimmerd coalitieakkoord als politiek keurslijf is niet meer van deze tijd. GroenLinks kiest voor een open manier van politiek bedrijven om hier in deze Staten samen met u en met alle Noord-Holanders te werken aan een groene, duurzame en leefbare provincie. Laten we daar vandaag mee beginnen.

Dank u wel.

 

 

Cultuureducatie kind van de rekening

Gisteren mocht ik meedoen aan een debat over provinciaal cultuurbeleid. Volgende week zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Eén van de stellingen ging over cultuuronderwijs. Noord-Holland is de enige provincie die heeft besloten geen euro meer te stoppen in dat onderwijs. Een poging van mijn kant om de grote partijen tot andere uitspraken te verleiden strandde in het debat. Het zou geen kerntaak zijn. Nu is dat een heel rekbaar begrip (dat blijkt al uit het feit dat alle andere provincies in Nederland er anders over denken), maar blijkbaar ook een prettige schaamlap om je achter te verschuilen als je ordinair wilt bezuinigen. In de voorbereiding van het debat dacht ik een medestander te kunnen vinden in D66, de partij immers die altijd zegt dé onderwijspartij van Nederland te zijn. Maar in het verkiezingsprogramma van D66 komt het woord cultuuronderwijs en cultuureducatie helemaal niet voor! Echt. 

In de aanloop naar het debat schreven Noord-Hollandse GroenLinksers onderstaand artikel. Wij willen de bezuiniging op cultuuronderwijs terug draaien. Als je cultuuronderwijs belangrijk vindt stem dan op GroenLinks!


Cultuureducatie kind van de rekening


Geen kunst of cultuur meer in je klas. Ver weg wonen van centra voor kunst of cultuur. Voor veel Noord-Hollandse kinderen is dit na volgend jaar een feit. Noord-Holland is straks de enige (!) provincie die niets meer doet aan cultuur op school. GroenLinks vindt die bezuinigingen op cultuur door dit College van GS desastreus

 

Waar gaat het om? ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’  helpt basisscholen om voor elke klas een programma op maat te maken; muziek, theater, beeldende kunst, erfgoed etc. Kunstencentra bieden ondersteuning; advies en een website met het aanbod van cultuureducatieprogramma’s en actuele thema’s. Handig voor de leerkrachten, want die hebben al zoveel te doen dat het lastig is om zelf van alles te bedenken. Plein C. van de Cultuurcompagnie helpt dus laagdrempelig én gedreven. De Provincie betaalt maar een klein deel van het totale budget, namelijk 250.000€ van de jaarlijkse kosten van 1,5 miljoen. De rest wordt betaald door het Fonds voor Cultuurparticipatie en de deelnemende gemeenten.

 

Als de Provincie haar bijdrage in 2016 stopt vervalt ook de 760.000 van het Fonds. Dus kom op zegDe kinderen in 26 Noord-Hollandse gemeenten worden nu de dupe van een provincie die haar afspraken niet nakomt. Dat noemen wij gewoon onbehoorlijk bestuurGroenLinks wil het programma in 2016 in elk geval voortzetten.

Jan-Jaap Knol, directeur van het Fonds voor Cultuurparticipatie“Het gaat om een 50/50-regeling tussen het Fonds en de Provincie/Gemeenten. Als de ene helft niet meer betaald wordt, gaat de andere helft ook niet door. Als de gemeenten het aandeel van de Provincie overnemen, is er niets aan de hand. Maar welke Noord-Hollandse gemeente kan in deze tijd van bezuinigingen dit gat vullen?

 

Een rondje langs gemeenteraadsleden laat zien dat dat extra geld er niet is. Daphne Huysse uit Haarlem: Hiervan worden kinderen de dupeen ook organisaties, zoals Hart en het Wereld KinderTheater. Afgelopen jaar stond het water hen al aan de lippen. Extra geld beschikbaar krijgen is totaal niet mogelijk, want er komt al zoveel op gemeentes af, met steeds minder geld erbij.”  Paul Laport“In Zaanstad is de afgelopen jaren fors bezuinigd op de culturele sector. Gelukkig heeft het Zaanse college wel geld uitgetrokken voor Cultuureducatie met kwaliteitDoor de bezuiniging van de provincie komt dat op losse schroeven te staan. Ontzettend jammer dat juist kinderen niet meer van cultuur mogen genieten. En een nieuwe klap voor de culturele organisaties die zich ervoor inzetten.” Ook Christine Ravenhorst uit Hoorn vindt de bezuiniging bij de Provincie onverantwoordelijk: “Gemeenten kunnen het gat niet opvullenHet is overal erg krap. In West Friesland werken zeven gemeenten samen. Stoppen zou toch zonde zijn van al die speelse programma’s in het basisonderwijs?”

 

Stoppen betekent ook geld weggooien, zegt Cultuuravontuur uit Castricum“Als de provincie stopt kan het werk van 3 jaar niet worden afgemaakt. Een groot deel van diinzet voor en door leerkrachten om de kwaliteit van cultuuronderwijs te verbeteren is dan voor niets geweest. We zijn ook gedupeerd door het opheffen van Plein C. Zij zijn onmisbaar voor de ontwikkeling van cultuuronderwijsin Noord-Holland”. 

 

Bij GroenLinks willen we dit echt anders. Wij vinden het belangrijk dat kinderen al op school met kunst en cultuur in aanraking komen. Het gaat om spel en creativiteit, waar veel kinderen buiten school weinig van meekrijgen. Niet iedereen woont in de grote stad of heeft er het geld voor over. Cultuureducatie mag niet het kind van de rekening worden!

 

Alwin Hietbrink, lijsttrekker GroenLinks 

Vera Dalm, kandidaat Statenlid GroenLinks

en Antoinette TanjaStatenlid GroenLinks

 

Onze groene belofte voor Noord-Holland

Gisteren deed ik op Valentijnsdag een Groene Belofte aan Petra Schut, directeur van IVN Noord-Holland en Ernest Briët, directeur van Landschap Noord-Holland. Hieronder mijn oproep voor meer natuur en voldoende ondersteuning van vrijwilligers.

Ik ben een geluksvogel. Ik woon in Egmond aan Zee, in één van de mooiste gemeentes van Noord-Holland. Die gemeente ontleent haar identiteit aan het landschap. Het landschap dat begint met de zee en het strand, dan overgaat in prachtige duinen en bossen om via de beeldschone binnenduinrand uit te komen in eeuwenoude polders. Polders die gelukkig nog steeds open zijn en een weids uitzicht bieden. Ik ben een geluksvogel. Maar ik ben gelukkig niet de enige in NH. Onze provincie heeft veel kenmerkende landschappen die we moeten koesteren en beschermen. De plassen bij Loosdrecht, de heidevelden in het Gooi, het veenweidegebied in Waterland en de duinen in Kennemerland en Texel: natuur waar mensen van heinde en verre naar toe komen omdat het hier zo prachtig is. Wij zijn geluksvogels.

Dat is niet vanzelfsprekend. Natuur en groen staat namelijk onder druk. Onder druk omdat de VVD en het CDA de grenzen tussen het bestaand bebouwd gebied en onze polders maar lastig vindt en wil opheffen. Waarvoor? Voor woningbouw op plekken waar het nu mooi groen is en voor bedrijventerreinen waar geen gegadigden voor zijn. Voor steeds grotere megastallen die steeds intensievere vormen van landbouw en veehouderij mogelijk moeten maken. GroenLinks maakt andere keuzes: voor het openhouden van onze polders, voor woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied en tegen nieuwe bedrijventerreinen. Voor nieuwe natuur en een goede bescherming van de natuur die we hebben. Voor een duurzame landbouw die een belangrijke rol kan blijven spelen als beheerder van ons groene buitengebied en als onmisbare schakel in het vergroten van de biodiversiteit in onze provincie.

Want daarmee is het dramatisch gesteld. Volgens recent onderzoek is er in NH nog maar 15% over van de oorspronkelijke biodiversiteit en neemt het aantal soorten nog steeds verder af. 25 tot 30 procent van die soorten dreigt bovendien nog eens te verdwijnen als we niet snel werk maken van het natuurnetwerk in NH. Sinds de jaren ’60 zijn we veertig procent van onze natuur kwijt geraakt! Die ontwikkeling moet een halt worden toegeroepen. Natuurlijk omdat de natuur van zichzelf waarde heeft. Maar ook omdat iedere inwoner van NH een geluksvogel moet blijven, wil blijven genieten van een groene leefomgeving en wil blijven recreëren in natuur die dichtbij is. En ook voor de toeristen die onze provincie bezoeken omdat zij ons ook geluksvogels vinden en willen genieten van al het moois dat ons dagelijks omgeeft.

GroenLinks wil zich de komende jaren inzetten om snel meer natuur te realiseren en meer duurzame landbouw. Omdat het van levensbelang is voor ons en voor onze provincie. Hoe ziet dat er concreet uit? Het is allereerst van belang om natuurgebieden met elkaar te verbinden. Dat doet de provincie in het natuurnetwerk. Nu wordt er elk jaar ongeveer 250 hectare aangekocht en ingericht. Wij willen dat verdubbelen. Elk jaar 500 hectare natuur erbij. Dan is het natuurnetwerk niet pas na 2030 klaar, maar in de helft van de tijd. Bij de huidige gedeputeerde, Jaap Bond, loopt de natuur al jaren een blauwtje: hoog tijd om daar verandering in te brengen!

Wij willen ook meer duurzame landbouw. Omdat de landbouw heel belangrijk is als beheerder van het gebied, maar alleen als het ook goed en dus duurzaam gebeurt. GroenLinks heeft daarvoor een initiatiefvoorstel ingediend. Ook hier moet de vaart erin. De afgelopen periode is er nauwelijks duurzame landbouw bijgekomen, terwijl de zittende coalitie dat wel wilde. Ook hier is het bij mooie beloftes gebleven. Van de meer dan 120.000 hectare landbouwgrond in NH is nu nog geen vijf procent biologisch, terwijl het streven was nu op 7% te zitten. Ook daar willen we verdubbelen. Op naar de 10 % dus!

Al die nieuwe natuur moet ook onderhouden en beheerd worden. En dat doen veel organisaties in onze provincie, organisaties die een beetje geld krijgen maar die vooral heel veel vrijwilligers ondersteunen om onze natuur te beheren en om onze kinderen in te wijden in de wondere wereld van planten en dieren. Naast sneller natuur realiseren en meer duurzame landbouw moet er dus ook meer geld komen voor beheer van die nieuwe natuur. Ook dat willen wij verdubbelen.

En wij willen dat er voldoende geld is voor de ondersteuning van vrijwilligers. Want het kleine bedrag dat er was voor het betrekken van mensen bij groen is door de zittende coalitie weg bezuinigd. Met steun dus van PvdA en D66. Waar ging het om? Om drie procent van de provinciale begroting. Twee? Of één? Nee, om een schamele 0,2 procent van onze begroting. En toch hebben PvdA en D66 ingestemd met het schrappen van dit bedrag. Ik vind dat onbegrijpelijk. De provincie zal de omslag moeten maken naar een overheid die mensen betrekt en dat doe je niet door dit soort bezuinigingen. Het provinciehuis in Haarlem is prachtig maar de krakende vloeren doe me altijd wel een beetje aan de 19e eeuw denken. De meeste gedeputeerden die het er nu voor het zeggen hebben zitten al in de provincie sinds de vorige eeuw. Hoog tijd voor een politiek van de 21e eeuw!

Om onze inzet kracht bij te zetten wil ik vandaag een groene belofte doen aan de inwoners van Noord-Holland. En ik wil die belofte doen aan Ernest en Petra, die beiden de stem vertegenwoordigen van duizenden vrijwilligers met een hart voor groen. Onze inzet voor de verkiezingen is een groene: voor open polders, meer natuur en duurzame landbouw.

IMG_0237-1